- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ASTER DUMOSUS 'APOLLO'
- Vaste planten
Herfstaster (Aster dumosus 'Apollo') vormt een lage, bossige pol met groene, lancetvormige bladeren. Van augustus tot oktober verschijnen talrijke witte bloemen met een geel hart. Door de beperkte hoogte van ongeveer 20 tot 45 cm blijft deze cultivar geschikt voor de voorrand van borders en voor groepsbeplanting.
'Apollo' groeit het best in de zon, al wordt lichte halfschaduw verdragen. Kies een matig voedselrijke, humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar goed afwatert. Langdurig droge grond remt de groei en bloei, terwijl een drassige bodem eveneens ongeschikt is.
De plant sterft bovengronds af in de winter. De oude stengels kunnen na de bloei of in het vroege voorjaar tot vlak boven de grond worden afgeknipt. Deel oudere pollen om de drie à vier jaar wanneer de groei in het midden afneemt. Op een slecht verluchte standplaats kan meeldauw optreden; voldoende ruimte en een gelijkmatig vochtige bodem helpen dit risico beperken.
Aster dumosus 'Apollo' wordt doorgaans ongeveer 20 tot 45 cm hoog. De plant groeit bossig en kussenvormig, waardoor hij vooral bruikbaar is aan de voorrand van een border of in een lage groepsbeplanting. Houd ook rekening met de breedte van een volwassen pol en plant niet te dicht. Voldoende ruimte bevordert de luchtcirculatie rond het blad en verkleint de kans op meeldauw.
Ja, deze cultivar kan onder ongunstige omstandigheden meeldauw ontwikkelen. Het risico neemt toe op een warme, droge of slecht verluchte standplaats. Plant 'Apollo' daarom niet te dicht en voorkom dat de bodem langdurig uitdroogt. Geef bij droogte water aan de voet van de plant, zonder het blad onnodig nat te maken. Aangetaste stengels kunnen na de bloei worden verwijderd.
Deel oudere pollen bij voorkeur om de drie à vier jaar in het voorjaar. Dit is vooral nuttig wanneer het midden van de plant minder krachtig wordt of de bloei terugloopt. Graaf de pol uit, verwijder zwakke of verhoute delen en plant de vitale buitenste stukken opnieuw in voorbereide grond. Regelmatig delen helpt de compacte groei en bloeirijkheid te behouden.
'Apollo' groeit het best in humusrijke, matig voedselrijke tuingrond die goed doorlatend blijft. De bodem mag licht vochtig zijn, maar niet drassig. Ook langdurig droge grond is minder geschikt, omdat droogtestress de groei en bloei kan beperken en de gevoeligheid voor meeldauw kan vergroten. Verbeter zware of verdichte grond vóór het planten met organisch materiaal en zorg dat overtollig water kan wegvloeien.
De afgestorven stengels kunnen direct na de bloei worden afgeknipt, maar mogen ook tot het vroege voorjaar blijven staan. Snoei ze dan vlak boven de grond weg voordat de nieuwe scheuten zich ontwikkelen. Snoei tijdens de groeiperiode is normaal niet nodig. Verwijder wel beschadigde of sterk door meeldauw aangetaste delen om de plant luchtig en verzorgd te houden.