Appel ‘Pinova’ geeft middelgrote vruchten met een geelgroene ondergrond en een oranjerode tot rode dekkleur. Het stevige, sappige vruchtvlees smaakt zoetzuur en heeft een duidelijk aroma. De appels zijn vooral geschikt als handfruit.
De pluk valt in België doorgaans rond eind september tot begin oktober. De appels ontwikkelen hun smaak verder tijdens de bewaring en blijven onder koele, geschikte omstandigheden meerdere maanden bruikbaar. ‘Pinova’ kan rijk dragen. Tijdig vruchten dunnen helpt om voldoende grote appels te verkrijgen en vermindert de belasting van de jonge boom.
Teelt als jaarse snoer
Deze jonge snoervorm wordt met één hoofdas langs draden of een stevig rek geleid. Daardoor neemt de boom weinig breedte in en kan hij tegen een muur, langs een pad of in een compacte fruittuin worden geteeld. De vorm blijft alleen behouden met regelmatige begeleiding en zomersnoei van de zijscheuten.
Kies een zonnige standplaats met een voedzame, goed doorlatende bodem. Voldoende zon bevordert zowel de rijping als de rode dekkleur van de appels. Zorg bij aanplant voor een blijvende steunconstructie en geef tijdens droge perioden water, zeker zolang het wortelgestel nog niet volledig ontwikkeld is.
Voor een betrouwbare vruchtzetting is kruisbestuiving door een ander appelras met een overlappende bloeiperiode aangewezen. Ook wanneer een alleenstaande boom enkele vruchten vormt, is de opbrengst doorgaans zekerder wanneer een geschikte bestuiver in de omgeving staat.