Zilvergrijze bodembedekker met rozerode bloemen
Antennaria dioica 'Rubra', het rozenkransje, vormt lage matten van kleine bladrozetten. Het zilvergrijze, viltig behaarde blad is het opvallendste kenmerk buiten de bloeiperiode. De plant breidt zich geleidelijk uit met korte uitlopers, zonder hoog op te groeien.
Van mei tot juli verschijnen rozerode tot donkerroze bloemhoofdjes op korte, rechtopstaande stengels. De bladmat blijft doorgaans ongeveer 10 cm hoog; tijdens de bloei kan de plant circa 15 cm bereiken.
Standplaats en toepassing
'Rubra' verlangt een zonnige plaats en een schrale, droge tot matig droge bodem. Zandige en stenige grond is geschikt zolang overtollig water snel weg kan. Voedselrijke of langdurig natte grond geeft een lossere groei en verhoogt de kans op uitval, vooral tijdens de winter.
Door zijn lage groei past deze cultivar in rotstuinen, grindbeplantingen, troggen en langs zonnige padranden. Ook in brede voegen tussen stenen kan hij worden gebruikt, op voorwaarde dat de plant niet regelmatig wordt belopen.