- Tous les produits
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- ANDROPOGON GERARDII
- Siergrassen
Groot baardgras (Andropogon gerardii) is een hoog, opgaand prairiegras dat doorgaans 1,5 tot 2 meter bereikt. De stevige stengels dragen vanaf de late zomer opvallend vertakte bloeiaren. Hierdoor ontstaat een luchtig silhouet boven het smalle blad.
In de herfst verkleurt het loof van koperrood tot paarsbruin. De uitgebloeide pollen blijven tijdens de winter structuur geven, al kunnen zware sneeuw of langdurig nat weer de stengels doen omvallen.
Standplaats en verzorging
Plant Andropogon gerardii bij voorkeur op een warme, zonnige plaats. Een goed doorlatende bodem is belangrijk, vooral tijdens de winter. Zodra het gras goed is ingeworteld, verdraagt het droge perioden behoorlijk goed. Op een te voedselrijke of langdurig natte bodem kan de groei minder stevig worden.
Dit warmteminnende siergras komt in het voorjaar relatief laat op gang. Laat het afgestorven loof gedurende de winter staan en knip de volledige pol aan het einde van de winter of bij het begin van het voorjaar terug tot kort boven de grond.
Groot baardgras bereikt in Belgische tuinen doorgaans een hoogte van ongeveer 1,5 tot 2 meter wanneer het op een warme, zonnige plaats staat. De exacte hoogte hangt af van bodem, vocht en zomertemperaturen. Op een voedselrijke of vochtige bodem kan het gras forser groeien, maar worden de stengels soms minder stevig. Op een droge, schrale standplaats blijft de pol vaak wat compacter. Voorzie voldoende ruimte zodat de hoge bloeistengels niet tegen naburige planten worden gedrukt.
Andropogon gerardii is een warmteminnend prairiegras. De nieuwe groei begint pas goed wanneer de bodem in het voorjaar voldoende is opgewarmd. Een kale pol in maart of april wijst daarom niet meteen op vorstschade. Knip het oude loof aan het einde van de winter terug en geef de plant tijd om opnieuw uit te lopen. Een zonnige standplaats bevordert zowel de ontwikkeling als de stevigheid van de nieuwe stengels.
Ja. Een gevestigd exemplaar verdraagt droge perioden goed, vooral op een zonnige standplaats. Pas aangeplante pollen hebben tijdens hun eerste groeiseizoen wel regelmatig water nodig om voldoende in te wortelen. De bodem moet overtollig water gemakkelijk afvoeren. Langdurig natte wintergrond is minder geschikt dan een droge of matig vochthoudende, goed doorlatende bodem.
Knip groot baardgras terug aan het einde van de winter of bij het begin van het voorjaar, voordat de nieuwe scheuten verschijnen. Verwijder de oude stengels tot kort boven de grond. Laat het afgestorven loof gedurende de winter bij voorkeur staan: de hoge halmen en bloeiaren behouden dan nog een duidelijk silhouet. Te vroeg snoeien neemt dit winterbeeld weg en is voor de ontwikkeling van de plant niet nodig.
Te veel schaduw, een zeer voedselrijke bodem of voortdurend veel vocht kan zachtere, langere stengels veroorzaken. Plant groot baardgras daarom op een open, zonnige plaats en bemest slechts beperkt. Ook zware regen, natte sneeuw of sterke wind kan de oude stengels later in het seizoen doen buigen. Een goed doorlatende bodem en voldoende ruimte rond de pol bevorderen een steviger groeiwijze.