De Schaarbeekse kriek (Prunus cerasus 'Schaarbeekse Kriek') draagt middelgrote, donkerrode krieken met een uitgesproken zoetzure smaak. De vruchten groeien vaak in trossen en worden vooral verwerkt tot confituur, gebak, sap en kriekbier. Wie van zure kersen houdt, kan ze ook vers gebruiken.
De oogst valt in België doorgaans van half tot eind juli. De vruchten worden geplukt wanneer ze volledig donkerrood en voldoende smaakvol zijn. Voor verwerking kunnen ze meteen na de oogst worden gebruikt of worden ingevroren.
'Schaarbeekse Kriek' is zelfbestuivend en kan dus zonder tweede kriekenboom vruchten dragen. Een zonnige standplaats bevordert de rijping en smaakontwikkeling. De bodem moet voldoende doorlatend zijn, want langdurig natte grond is voor een kriekenboom ongunstig.
Deze laagstam vertakt lager dan een halfstam of hoogstam, waardoor de kroon en de vruchten gemakkelijker bereikbaar blijven. De uiteindelijke omvang hangt niet alleen van de stamvorm af, maar ook van de onderstam, bodem en snoei. Snoei krieken beperkt en bij voorkeur na de oogst, tijdens droog weer.