- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- SYRINGA VULGARIS 'MICHEL BUCHNER'
- Bladverliezend
Grote, geurende bloempluimen
Gewone sering (Syringa vulgaris) 'Michel Buchner' bloeit in mei met grote, brede pluimen. De donkerpaarse bloemknoppen openen tot lichtpaarse, halfgevulde bloemen met licht gedraaide kroonblaadjes. De bloemen verspreiden een uitgesproken seringgeur.
De cultivar groeit uit tot een brede, opgaande struik van doorgaans ongeveer 3 m hoog en ongeveer even breed. Het hartvormige blad is groen en valt in het najaar af. Door zijn omvang komt de struik het best tot zijn recht als solitair of achteraan in een ruime heesterborder.
Standplaats en bodem
'Michel Buchner' bloeit het rijkst in de volle zon, maar verdraagt ook halfschaduw. Kies een voedzame, humusrijke en goed doorlatende bodem. Een neutrale tot kalkhoudende grond heeft de voorkeur; sterk zure of langdurig natte grond is minder geschikt.
Snoei na de bloei
Jaarlijkse snoei is niet noodzakelijk. Verwijder na de bloei eventueel enkele oude takken tot laag bij de grond om de struik geleidelijk te verjongen. Sterke vormsnoei gebeurt eveneens direct na de bloei, zodat de ontwikkeling van de bloemknoppen voor het volgende voorjaar zo weinig mogelijk wordt verstoord.
'Michel Buchner' onderscheidt zich vooral door zijn grote, brede bloempluimen en halfgevulde bloemen. De knoppen zijn donkerpaars, terwijl de geopende bloemen aanzienlijk lichter paars zijn. Daardoor vertonen de pluimen tijdens het openen een duidelijk kleurverloop. Ook de afzonderlijke bloemen zijn vrij groot en verspreiden een sterke seringgeur. De cultivar bloeit doorgaans rijk in de eerste helft van mei en vormt een brede, opgaande struik van ongeveer 3 m hoog.
Ja, deze sering verdraagt halfschaduw, maar bloeit doorgaans rijker en compacter op een zonnige standplaats. Kies in halfschaduw bij voorkeur een plaats met minstens enkele uren directe zon per dag. Onder hoge bomen of op een sterk beschaduwde plek neemt de bloei meestal af. Voldoende licht, een voedzame bodem en een open standplaats helpen om stevige nieuwe scheuten te vormen waarop de bloemknoppen voor het volgende voorjaar kunnen ontwikkelen.
Een beperkte bloei kan het gevolg zijn van te weinig zon, een verkeerde snoeitijd of een erg stikstofrijke bemesting. Wanneer de struik laat in de zomer, herfst of winter sterk wordt gesnoeid, worden ook de reeds gevormde bloemknoppen verwijderd. Snoei daarom kort na de bloei. Een pas aangeplant of sterk verjongd exemplaar kan eveneens tijd nodig hebben om opnieuw rijk te bloeien. Vermijd daarnaast een permanent natte bodem, omdat die een gezonde wortel- en scheutontwikkeling belemmert.
Snoei indien nodig direct na de bloei in mei of begin juni. Op dat moment kan de struik nog nieuwe scheuten en bloemknoppen voor het volgende voorjaar vormen. Verwijder uitgebloeide pluimen alleen wanneer ze gemakkelijk bereikbaar zijn; dit is niet noodzakelijk voor de gezondheid van de plant. Bij oudere struiken kunnen jaarlijks enkele van de oudste takken laag worden weggenomen. Vermijd een volledige sterke terugsnoei als u het volgende voorjaar opnieuw bloemen wilt.
Deze cultivar groeit het best in een voedzame, humusrijke en goed doorlatende bodem. Een neutrale tot kalkhoudende grond is bijzonder geschikt. Zowel zand-, leem- als kleigrond kan bruikbaar zijn, op voorwaarde dat de bodemstructuur voldoende luchtig blijft en overtollig water kan wegtrekken. Verbeter zeer arme zandgrond met organisch materiaal. Op zware, natte klei is het belangrijk om bodemverdichting en stilstaand water rond de wortels te vermijden.