- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- STAPHYLEA COLCHICA
- Bladverliezend
Geurende bloei en opvallende vruchtkapsels
Colchische pimpernoot (Staphylea colchica) groeit uit tot een grote, meerstammige struik van ongeveer 3 tot 4 meter hoog. Jonge planten groeien vrij smal en opgaand. Met de jaren wordt de struik breder en ontstaat een losse, vaasvormige kroon.
Omstreeks half mei verschijnen hangende pluimen met geurende, witte tot groenwitte bloemen. Na de bloei ontwikkelen zich opgeblazen, twee- tot driehokkige vruchtkapsels. Deze worden ongeveer 5 tot 8 cm lang, verkleuren later bruin en geven de struik ook na de bloei een herkenbaar uitzicht.
Standplaats en bodem
Staphylea colchica groeit het best op een warme, zonnige plaats, maar verdraagt ook halfschaduw. Kies een voedzame bodem die voldoende vochthoudend en tegelijk goed doorlatend is. Zowel zand-, leem- als kleigrond is bruikbaar wanneer de bodemstructuur goed is. Ook kalkhoudende grond wordt verdragen.
De soort is goed winterhard in België. Volledig gesloten verharding rond de wortelzone wordt minder goed verdragen. Voorzie daarom voldoende open, doorwortelbare grond.
Gebruik en snoei
Door zijn natuurlijke meerstammige groei komt de Colchische pimpernoot het best tot zijn recht als solitaire struik of in een ruime heesterborder. Snoei is doorgaans beperkt tot het verwijderen van dood, beschadigd of kruisend hout. Wanneer vormcorrectie nodig is, gebeurt dit bij voorkeur licht en na de bloei.
Staphylea colchica wordt in Belgische tuinen doorgaans ongeveer 3 tot 4 meter hoog en kan 2 tot 4 meter breed worden. De struik groeit aanvankelijk vrij smal en opgaand, maar wordt op latere leeftijd duidelijk breder en vaasvormig. Houd daarom voldoende afstand tot gebouwen, paden en naburige beplanting. In een kleine tuin is deze pimpernoot bruikbaar wanneer er ruimte is voor zijn natuurlijke breedte en hij niet voortdurend compact gehouden moet worden.
Ja, de Colchische pimpernoot kan in halfschaduw groeien en bloeien. Op een warme, zonnige standplaats is de bloei doorgaans het rijkst. Vermijd bij voorkeur een donkere plek onder dicht vertakte bomen, waar zowel licht als bodemvocht sterk beperkt zijn. Een plaats met ochtendzon of enkele uren directe zon per dag vormt een goed compromis wanneer een volledig zonnige standplaats niet beschikbaar is.
Staphylea colchica verkiest een voedzame bodem die voldoende vocht vasthoudt maar overtollig water goed afvoert. De soort kan op zand-, leem- en kleigrond groeien wanneer de bodemstructuur in orde is. Kalkhoudende grond wordt eveneens verdragen. Op arme zandgrond helpt een aanvulling met goed verteerde compost om het vocht- en voedingshoudend vermogen te verbeteren. Langdurig natte, verdichte grond is minder geschikt.
Nee, jaarlijkse vormsnoei is niet nodig. Staphylea colchica ontwikkelt van nature een losse, meerstammige en later vaasvormige groei. Beperk de snoei tot dood, beschadigd of kruisend hout en takken die de kroon te dicht maken. Een lichte vormcorrectie kan na de bloei worden uitgevoerd. Sterk terugsnoeien is meestal ongewenst, omdat dit de natuurlijke habitus verstoort en de bloei in het volgende seizoen kan beperken.
De struik kan bij een terras staan wanneer rond de stam voldoende open grond beschikbaar blijft. Staphylea colchica verdraagt een volledig afgesloten of sterk verdichte wortelzone minder goed. Voorzie daarom een ruime plantstrook waarin regenwater en lucht de bodem kunnen bereiken. Houd ook rekening met de uiteindelijke breedte van 2 tot 4 meter, zodat de takken later niet voortdurend boven het terras of een doorgang teruggesnoeid moeten worden.