- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- SALIX INTEGRA 'HAKURO-NISHIKI' HALFSTAM 150 CM
- Loofbomen
Roze, wit en groen voorjaarsblad
De bonte wilg (Salix integra 'Hakuro-nishiki') valt vooral op door zijn jonge blad. Nieuwe scheuten lopen roze uit, waarna het blad roomwit en groen bont kleurt. Later in de zomer wordt het aandeel groen doorgaans groter. De fijne twijgen vormen een compacte, afgeronde kroon boven op de stam.
Bij deze halfstam bevindt de kroon zich op een vaste hoogte. De stam groeit niet verder omhoog; vooral de kroon wordt breder en voller. Daardoor blijft de vorm overzichtelijker dan een vrij uitgroeiende struik.
Standplaats en verzorging
Plant 'Hakuro-nishiki' in de zon tot halfschaduw. Voldoende licht bevordert de bladtekening, maar de grond mag tijdens droge perioden niet volledig uitdrogen. Een vochthoudende, goed doorlatende bodem is het meest geschikt. Vooral pas aangeplante exemplaren en planten in pot vragen regelmatig water.
Snoei de kroon aan het einde van de winter terug om een dichte vertakking en veel kleurrijk jong blad te stimuleren. Verwijder volledig groene scheuten zodra ze verschijnen, omdat deze sterker kunnen groeien en de bonte takken geleidelijk kunnen verdringen.
De opvallendste roze en roomwitte tinten zitten vooral op het jonge blad. Naarmate de bladeren ouder worden, neemt het aandeel groen doorgaans toe. Dat is een normaal onderdeel van de bladontwikkeling. Voldoende licht en de vorming van nieuwe scheuten bevorderen de bonte tekening. Een lichte zomersnoei kan een nieuwe bladuitloop stimuleren, maar snoei niet tijdens hete of langdurig droge perioden. Een te donkere standplaats geeft meestal eveneens een minder uitgesproken bladkleur.
Snoei de kroon aan het einde van de winter, vóór de sterke voorjaarsgroei begint. Kort de jonge takken terug en verwijder dood, beschadigd of kruisend hout. De cultivar verdraagt stevige snoei en vormt daarna veel nieuwe scheuten met de kenmerkende roze en roomwitte bladkleuren. Een lichte correctiesnoei tijdens de zomer is mogelijk wanneer de kroon te breed of onregelmatig wordt. Snoei steeds boven een naar buiten gericht oog om een open, gelijkmatig vertakte kroon te behouden.
Nee. Bij een geënte halfstam blijft de plaats waar de kroon begint nagenoeg op dezelfde hoogte. De stam wordt met de jaren wel dikker, maar verlengt niet meer onder de entplaats. De uiteindelijke afmetingen worden daarom vooral bepaald door de breedte en hoogte van de kroon. Regelmatige snoei beperkt die kroonontwikkeling en houdt de boom geschikt voor een plaats waar een compacte vorm gewenst is.
Verwijder volledig groene scheuten zo dicht mogelijk bij hun oorsprong. Zulke teruglopende scheuten missen de kenmerkende bonte bladtekening en groeien vaak krachtiger dan de roze-wit-groene takken. Wanneer ze blijven staan, kunnen ze een steeds groter deel van de kroon innemen. Controleer ook de stam en de zone onder de entplaats. Scheuten die daar ontstaan, behoren tot de onderstam en moeten eveneens volledig worden weggenomen.
Dat kan, maar een exemplaar in pot vraagt meer opvolging dan een boom in volle grond. Gebruik een ruime pot met afvoergaten en een vochthoudend maar doorlatend substraat. Door het fijne blad en de actieve groei verbruikt de plant tijdens warm weer veel water. Laat de potkluit daarom niet volledig uitdrogen. Bescherm de wortelkluit tijdens strenge vorst en verpot wanneer de wortels de beschikbare ruimte grotendeels hebben ingenomen.