- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- SALIX EXIGUA
- Bladverliezend
De smalbladige wilg (Salix exigua) onderscheidt zich door zijn lange, opvallend smalle bladeren. De fijne beharing geeft het loof een zilvergrijze kleur, vooral aan de onderzijde. De dunne, buigzame twijgen vormen een losse en enigszins onregelmatige struik.
Deze bladverliezende wilg maakt worteluitlopers en kan zich na verloop van tijd in de breedte uitbreiden. Dat maakt hem bruikbaar voor ruime, natuurlijke beplantingen en voor het begroeien van taluds. In een kleine border vraagt de wortelopslag regelmatige controle.
In april en mei verschijnen katjes. Salix exigua is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien op afzonderlijke planten. Zonder bekende herkomst of selectie kan daarom niet vooraf worden bepaald welk type katjes een exemplaar zal dragen.
Een zonnige standplaats geeft de meest compacte groei en de duidelijkste zilverkleur. De soort groeit op verschillende bodems, waaronder zandgrond, en verdraagt na een goede inworteling tijdelijke droogte beter dan veel andere wilgen. Geef jonge planten tijdens langdurig droge perioden wel voldoende water.
Snoei is niet noodzakelijk, maar de struik kan in de late winter worden teruggezet om jonge scheuten en een dichtere groei te stimuleren. Houd er rekening mee dat stevige snoei ook nieuwe opslag vanuit de basis kan bevorderen.
Alleen wanneer er voldoende ruimte is en de wortelopslag wordt opgevolgd. Salix exigua vormt ondergrondse uitlopers waaruit op enige afstand nieuwe scheuten kunnen ontstaan. Daardoor ontwikkelt één plant zich geleidelijk tot een bredere groep. In een ruime, natuurlijke beplanting is dat bruikbaar, maar in een smalle border kan het extra onderhoud veroorzaken. Verwijder ongewenste opslag zo vroeg mogelijk en plant de struik niet vlak naast kwetsbare verharding of kleine, strak begrensde plantvakken.
Ja, deze soort kan op zandgrond groeien en verdraagt tijdelijke droogte beter dan veel andere wilgen. Die tolerantie geldt vooral nadat de struik voldoende diep en breed is ingeworteld. Tijdens de eerste groeiseizoenen moet de grond bij aanhoudend droog weer regelmatig worden bevochtigd. Op uiterst droge, ondiepe grond blijft de groei beperkter en kan het blad vroeger verdrogen. Een diepe bodem waarop tijdelijk wat vocht beschikbaar blijft, geeft een betrouwbaarder resultaat.
Controleer rondom de struik regelmatig op jonge wortelscheuten en verwijder die voordat ze stevig ingeworteld zijn. Alleen de bovengrondse scheut afknippen is vaak onvoldoende, omdat vanuit dezelfde wortel opnieuw groei kan ontstaan. Graaf ongewenste opslag daarom zo volledig mogelijk uit. Houd ook rekening met de standplaats: in losse grond kan de struik zich gemakkelijker uitbreiden. Kies bij voorkeur vanaf de aanplant een ruim vak waar een losse groepvorming geen probleem vormt.
Snoei bij voorkeur in de late winter, vóór de nieuwe groei op gang komt. Oude of storende takken kunnen aan de basis worden verwijderd, terwijl een sterk verouderde struik ook verder kan worden teruggezet. Zo ontstaan jonge twijgen met fris, zilvergrijs blad. Zware snoei is niet jaarlijks nodig en kan de vorming van nieuwe wortelopslag stimuleren. Wie de natuurlijke, losse groei wil behouden, beperkt de ingreep daarom tot het uitdunnen en verwijderen van ongewenste scheuten.
Nee. Salix exigua is tweehuizig, wat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op afzonderlijke planten voorkomen. Een mannelijk exemplaar vormt dus andere katjes dan een vrouwelijk exemplaar. Wanneer het geslacht van de aangeboden plant niet bekend is, kan niet worden gegarandeerd welk type katjes zal verschijnen. De bloei valt doorgaans in april en mei, maar het zilvergrijze blad blijft bij deze soort het belangrijkste sierkenmerk.