- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Treurvorm
- SALIX CAPREA 'KILMARNOCK'
- Treurvorm
Salix caprea 'Kilmarnock' is een compacte treurvorm van de boswilg. De cultivar wordt doorgaans op stam geënt en vormt een kroon met sterk afhangende takken. Omdat de stam onder de ent niet verder in hoogte groeit, wordt de uiteindelijke hoogte vooral bepaald door de gekozen enthoogte. De kroon wordt met de jaren wel breder en dichter.
In het vroege voorjaar verschijnen zilvergrijze katjes op de nog kale takken. Tijdens de bloei worden ze geel door de meeldraden en leveren ze vroeg in het seizoen stuifmeel voor bijen en hommels. Daarna loopt het groene blad uit. In de winter blijven de gebogen takken en de duidelijke treurvorm zichtbaar.
Standplaats en verzorging
Deze katjeswilg groeit het best in de zon tot halfschaduw, op een voedzame bodem die voldoende vochthoudend maar bij voorkeur ook doorlatend is. Langdurige droogte wordt minder goed verdragen. Vooral na het planten en tijdens droge voorjaars- en zomerperioden is tijdig water geven belangrijk.
Snoei na de bloei wanneer een compacte, goed vertakte kroon gewenst is. Lange takken mogen dan stevig worden ingekort, waarna de plant nieuwe scheuten vormt waarop later opnieuw katjes kunnen verschijnen. Verwijder scheuten die onder de entplaats uit de stam of onderstam groeien zo snel mogelijk.
De totale hoogte hangt vooral af van de hoogte waarop de cultivar is geënt. De kale stam onder de ent groeit niet verder omhoog; vooral de kroon ontwikkelt zich nog. Bij gangbare handelsmaten blijft de boom doorgaans ongeveer 1,5 tot 3 meter hoog. De afhangende takken kunnen na verloop van tijd de grond bereiken en de kroon wordt geleidelijk breder. Daardoor is naast de hoogte ook voldoende ruimte rond de stam nodig.
Snoei deze treurwilg kort na de bloei in het voorjaar. Lange, afhangende takken kunnen dan worden ingekort om een compacte en gelijkmatig vertakte kroon te behouden. Snoei niet vóór de bloei, want dan worden veel van de takken met bloemkatjes verwijderd. Knip ook alle scheuten weg die onder de entplaats ontstaan. Zulke scheuten behoren tot de onderstam en kunnen de geënte kroon op termijn overheersen.
Scheuten die onder de entplaats of vanuit de voet ontstaan, zijn afkomstig van de onderstam en behoren niet tot de treurvormige cultivar. Ze groeien meestal krachtiger en rechter dan de afhangende kroon. Verwijder deze wilde scheuten zo dicht mogelijk bij hun oorsprong zodra ze zichtbaar worden. Scheuten die binnen de geënte kroon ontstaan, kunnen aanvankelijk eveneens wat rechter groeien maar buigen doorgaans door naarmate ze langer worden.
Een blijvend droge standplaats is minder geschikt. Deze wilg groeit het best in grond die voldoende vocht vasthoudt zonder voortdurend zuurstofarm te blijven. Op lichte zandgrond is extra water nodig tijdens droge perioden, zeker in de eerste jaren na het planten. Een organische mulchlaag helpt om snelle uitdroging te beperken. In een pot droogt de wortelkluit sneller uit en moet de watervoorziening nauwkeuriger worden opgevolgd.
De jonge katjes zijn aanvankelijk bedekt met zilvergrijze haartjes. Tijdens de verdere ontwikkeling worden de gele meeldraden zichtbaar en komt stuifmeel vrij, waardoor de katjes geel lijken. Deze bloei vindt vroeg in het voorjaar plaats, vaak voordat het blad uitloopt. Daardoor vallen de katjes goed op tegen de kale, afhangende takken en zijn ze bereikbaar voor vroeg actieve bijen en hommels.