- Alle producten
- Fruitplanten
- Bessenstruiken
- Frambozen
- RUBUS IDAEUS 'SCHÖNEMANN'
- Frambozen
Donkerrode, aromatische zomerframboos
Rubus idaeus 'Schönemann' is een laatrijpende zomerframboos. De langwerpige tot kegelvormige vruchten kleuren donkerrood en hebben een friszure, uitgesproken aromatische smaak. Ze kunnen vers worden gegeten en zijn eveneens geschikt voor sap, confituur, gebak en compote.
De oogst valt in België hoofdzakelijk in juli en augustus. Omdat de vruchten gespreid rijpen, wordt de struik tijdens deze periode regelmatig geplukt.
Groei en snoei
'Schönemann' vormt opgaande, matig tot sterk groeiende stengels. Aanbinden aan draden, gaas of een ander stevig steunwerk houdt de scheuten overzichtelijk en voorkomt dat ze onder het gewicht van de vruchten ombuigen.
Als zomerframboos draagt deze cultivar vruchten op stengels die het voorgaande jaar zijn gevormd. Knip de afgedragen stengels daarom na de oogst tot aan de grond weg. De nieuwe scheuten blijven behouden voor de oogst van het volgende jaar. In het voorjaar kunnen zwakke en overtollige scheuten worden verwijderd.
Standplaats en bestuiving
Plant deze framboos bij voorkeur in de zon, in een humusrijke, voedzame en goed doorlatende bodem. Vermijd grond waarin na regen langdurig water blijft staan. Een gelijkmatige vochtvoorziening tijdens de groei en vruchtontwikkeling ondersteunt de vruchtkwaliteit.
'Schönemann' is zelfbestuivend en kan zonder tweede frambozenras vruchten vormen.
Ja. Rubus idaeus 'Schönemann' is zelfbestuivend en kan ook zonder een tweede frambozenras vruchten vormen. Een afzonderlijke bestuiver is dus niet noodzakelijk. Voor een goede vruchtzetting blijven voldoende zon, een gelijkmatige vochtvoorziening en gezonde, goed ontwikkelde stengels belangrijk. De kleine witte bloemen verschijnen doorgaans in mei en juni. Insecten kunnen de bestuiving ondersteunen, maar er hoeft geen ander ras naast 'Schönemann' te staan.
'Schönemann' is een laatrijpende zomerframboos. In België valt de pluk hoofdzakelijk in juli en augustus, afhankelijk van het weer en de standplaats. Oogst de vruchten wanneer ze volledig donkerrood zijn en zonder veel weerstand van de bloembodem loskomen. Controleer tijdens de plukperiode regelmatig, want niet alle frambozen rijpen tegelijk. Verwerk of eet rijpe vruchten bij voorkeur snel na het plukken.
Knip na de oogst alle stengels die vruchten hebben gedragen volledig tot aan de grond weg. Laat de jonge, datzelfde jaar gevormde scheuten staan: daarop komt de oogst van het volgende seizoen. Verwijder in het voorjaar zwakke, beschadigde en overtollige scheuten, zodat voldoende licht en lucht tussen de overblijvende stengels komt. Bind de geselecteerde scheuten opnieuw aan het steunwerk. Snoei niet alle stengels in de winter weg, want dan verdwijnt ook het vruchthout.
Ondersteuning is aangewezen. 'Schönemann' vormt opgaande, vrij krachtige stengels die tijdens de vruchtzetting kunnen doorbuigen. Leid de scheuten langs horizontale draden, gaas of een stevig hekwerk en bind ze losjes vast. Dat houdt de rij overzichtelijk, maakt het plukken eenvoudiger en beperkt het breken van beladen stengels. Het steunwerk helpt bovendien om oude en jonge scheuten tijdens de snoei van elkaar te onderscheiden.
'Schönemann' groeit het best in een humusrijke, voedzame en goed doorlatende bodem op een zonnige plaats. De grond mag tijdens de groei licht vochtig blijven, maar langdurig natte omstandigheden zijn ongunstig voor de wortels. Verbeter arme zandgrond met organisch materiaal en zorg op zware grond voor voldoende afwatering. Een mulchlaag kan uitdroging beperken, maar leg deze niet dik tegen de basis van de stengels.