- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Keukenkruiden
- ROSMARINUS OFFICINALIS 'ALBIFLORUS'
- Keukenkruiden
Witbloeiende rozemarijn
Rosmarinus officinalis 'Albiflorus' onderscheidt zich van de gewone rozemarijn door zijn witte bloemen. Het smalle, wintergroene blad verspreidt bij aanraking de kenmerkende kruidige rozemarijngeur en kan in de keuken worden gebruikt.
De plant ontwikkelt zich tot een opgaande, houtige kruidenstruik van doorgaans 60 tot 100 cm hoog. De bloemen leveren nectar aan bijen en andere bestuivende insecten.
Standplaats en bodem
'Albiflorus' verlangt volle zon en een droge, bij voorkeur beschutte standplaats. Een voedselarme, stenige of kalkhoudende bodem is geschikt zolang overtollig water snel kan wegzakken. Natte grond tijdens de winter vergroot de kans op wortelproblemen en vorstschade.
Deze mediterrane plant is in België niet overal betrouwbaar winterhard. Op een warme plek tegen een zuidmuur en in zeer goed doorlatende grond zijn de overlevingskansen het grootst. In koude streken of op zware grond is teelt in een pot praktischer, zodat de plant tijdens strenge vorst beschut kan worden.
Snoei
Snoei na de bloei licht terug om de struik compact en vertakt te houden. Knip uitsluitend in jonge, bebladerde scheuten. Rozemarijn loopt doorgaans moeilijk opnieuw uit vanuit kaal, oud hout.
Ja. Het aromatische blad kan zoals dat van gewone rozemarijn worden gebruikt bij aardappelen, groenten, vleesgerechten en mediterrane bereidingen. Oogst bij voorkeur jonge, bebladerde scheuten en verwijder de harde takjes voor het opdienen. Regelmatig beperkt oogsten helpt de plant vertakken, maar knip niet diep terug tot in kaal oud hout. Gebruik voor keukenteelt alleen planten die niet met ongeschikte gewasbeschermingsmiddelen behandeld zijn.
Niet op iedere standplaats. De plant kan lichte tot matige vorst verdragen wanneer hij droog, beschut en in zeer goed doorlatende grond staat. De combinatie van vorst, koude wind en natte grond veroorzaakt sneller schade dan lage temperatuur alleen. Plant hem daarom bij voorkeur tegen een zonnige muur en vermijd zware, langdurig natte bodem. In koudere streken is een pot aangewezen, zodat de plant tijdens strenge vorst naar een lichte, koele en vorstvrije plaats kan verhuizen.
Ja. Teelt in een pot is zelfs praktisch op natte of koude locaties. Gebruik een pot met ruime afvoergaten en een luchtig, mineraal substraat waarin geen water blijft staan. Zet de plant in volle zon en geef pas water wanneer de bovenste laag grond is opgedroogd. Laat tijdens de winter geen water in een onderschaal staan. Bescherm de pot bij strenge vorst of zet hem tijdelijk op een lichte, koele en vorstvrije plaats.
Snoei de plant licht na de bloei en kort alleen jonge scheuten met zichtbaar blad in. Zo blijft de struik compacter en wordt nieuwe vertakking gestimuleerd. Vermijd een sterke snoei tot in dikke, kale takken, want rozemarijn vormt daarop vaak moeilijk nieuwe scheuten. Verwijder na de winter uitsluitend delen die duidelijk afgestorven zijn. Wacht daarmee tot nieuwe groei zichtbaar wordt, zodat levend en beschadigd hout goed van elkaar te onderscheiden zijn.
Bruine takken ontstaan vaak door vorstschade, koude uitdrogende wind of een te natte wortelzone. Controleer eerst of de pot of bodem voldoende afwatert. Knip beschadigde delen pas weg wanneer in het voorjaar duidelijk is waar nieuwe groei verschijnt. Is de basis van de plant zacht of donker verkleurd, dan kan langdurige nattigheid wortelschade hebben veroorzaakt. Een zonnige, beschutte plek en een droge, minerale bodem verkleinen het risico tijdens volgende winters.