- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- RHODODENDRON 'SASKIA'
- Bladhoudend
Rhododendron 'Saskia' onderscheidt zich door zijn tweekleurige bloemen. De bloemranden zijn helder roze, terwijl de keel wit blijft en een oranjegele tekening draagt. De bloei begint doorgaans eind april en loopt door tot in mei.
Deze cultivar groeit compact en wordt na ongeveer tien jaar circa 1 m hoog en iets breder. Het grote, donkergroene blad is leerachtig en blijft ook in de winter aan de plant. Door zijn beperkte groei past 'Saskia' in kleinere heestervakken en op een beschutte plaats tussen andere zuurminnende planten.
Standplaats en bodem
Plant deze rhododendron bij voorkeur in halfschaduw of op een plaats met zachte ochtend- of avondzon. In volle zon is voldoende bodemvocht belangrijk, terwijl hete middagzon en uitdrogende wind beter worden vermeden.
De bodem moet zuur, humusrijk, luchtig en gelijkmatig vochtig zijn. Kalkrijke grond kan chlorose veroorzaken, herkenbaar aan geel blad met groen blijvende nerven. Ook langdurig natte en slecht doorlatende grond is ongeschikt, omdat de oppervlakkige wortels dan gevoeliger worden voor wortelproblemen.
Zet de kluit niet dieper dan hij in de pot stond en dek de wortelzone af met een dunne laag bladcompost of fijne boomschors. Snoei is doorgaans niet nodig. Uitgebloeide bloemtrossen kunnen voorzichtig worden verwijderd zonder de nieuwe knoppen eronder te beschadigen.
Rhododendron 'Saskia' groeit compact en bereikt na ongeveer tien jaar doorgaans een hoogte van circa 1 m. De struik wordt meestal iets breder dan hoog. De uiteindelijke ontwikkeling hangt af van bodem, licht en vochtvoorziening. Op een zure, humusrijke bodem met voldoende vocht groeit de plant gelijkmatiger dan op droge of kalkrijke grond. Houd bij de aanplant rekening met een breedte van ongeveer 1 tot 1,5 m, zodat de struik zich zonder sterke snoei kan ontwikkelen.
Dat kan op een voldoende vochtige, niet te warme standplaats, maar halfschaduw is doorgaans veiliger. Vooral hete middagzon kan tijdens droge zomers bladschade en uitdroging veroorzaken. Ochtendzon of avondzon geeft licht zonder de sterkste hitte. Staat de plant toch zonnig, houd de bodem dan gelijkmatig vochtig en breng een mulchlaag aan rond de wortelzone. Vermijd tegelijk stilstaand water: rhododendrons verlangen vocht, maar verdragen geen langdurig natte en zuurstofarme bodem.
Geel blad met groen blijvende nerven wijst vaak op chlorose door een te hoge bodem-pH. In kalkrijke grond kan de plant ijzer en andere voedingsstoffen moeilijk opnemen. Gebruik daarom een zuur en humusrijk substraat en geef bij voorkeur geen sterk kalkhoudend water. Volledig vergelend of slap blad kan ook samenhangen met te natte grond en wortelschade. Controleer in dat geval de drainage. Alleen extra mest geven lost een verkeerde zuurtegraad of een structureel natte bodem niet op.
Plant de kluit op dezelfde diepte als in de pot, eventueel enkele centimeters hoger wanneer de bodem zwaar of moeilijk doorlatend is. Rhododendrons wortelen oppervlakkig en reageren slecht op een te diepe aanplant. Maak het plantgat vooral breder dan de kluit en vul aan met zure, luchtige en humusrijke grond. Druk de bodem slechts licht aan en geef na het planten ruim water. Bedek de wortelzone vervolgens met bladcompost of fijne boomschors, zonder de stamvoet te begraven.
Het verwijderen van uitgebloeide bloemtrossen is niet noodzakelijk, maar houdt de struik netter en voorkomt zaadvorming. Breek of knip de verwelkte tros voorzichtig weg zodra de bloei voorbij is. Let daarbij op de jonge scheuten en knoppen direct onder de oude bloem, want die mogen niet worden beschadigd. Verdere snoei is meestal overbodig door de compacte groei. Wanneer lichte vormcorrectie nodig is, gebeurt die het best onmiddellijk na de bloei.