- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladhoudend
- RHODODENDRON 'CATAWBIENSE GRANDIFLORUM'
- Bladhoudend
Rhododendron 'Catawbiense Grandiflorum' is een fors uitgroeiende, wintergroene cultivar met grote lilapaarse bloemtrossen. De bloei valt doorgaans in mei. Het brede, leerachtige blad blijft ook in de winter donkergroen en geeft de struik het hele jaar een dichte structuur.
De plant groeit breed en goed vertakt en kan op termijn ongeveer 2 tot 3 meter hoog en vrijwel even breed worden. Daardoor vraagt hij meer ruimte dan compacte rododendrons. Hij komt tot zijn recht als solitaire struik, in een ruime heesterborder of aan een lichte bosrand.
Standplaats en bodem
Een plaats in halfschaduw is het meest geschikt. Lichte schaduw wordt eveneens verdragen, maar bij te weinig licht kan de bloei verminderen. Op een zonnigere standplaats moet de bodem tijdens droge periodes voldoende vochtig blijven.
De bodem moet zuur, humusrijk en goed doorlatend zijn. Kalkrijke grond is ongeschikt: bij een te hoge pH worden voedingsstoffen slecht opgenomen en kan het blad geel verkleuren. Ook langdurig natte, slecht doorluchte grond wordt best vermeden.
Onderhoud
Snoei is doorgaans niet nodig. Uitgebloeide bloemtrossen kunnen voorzichtig worden verwijderd zonder de jonge scheuten eronder te beschadigen. Wanneer vormsnoei nodig is, gebeurt die direct na de bloei. Zo krijgt de struik voldoende tijd om nieuwe bloemknoppen voor het volgende voorjaar te vormen.
Volle zon is mogelijk wanneer de bodem zuur, humusrijk en gelijkmatig vochtig blijft. Op een droge of sterk opwarmende standplaats kan het blad tijdens zonnige periodes beschadigd raken en droogt de wortelzone te snel uit. Halfschaduw, eventueel met bescherming tegen felle namiddagzon, geeft doorgaans het meest betrouwbare resultaat. Vermijd daarnaast concurrentie van oppervlakkig wortelende bomen, omdat die tijdens droge zomers veel vocht aan de bodem onttrekken.
Geel blad met groen blijvende nerven wijst vaak op chlorose door een te hoge bodem-pH. In kalkrijke grond kan de plant bepaalde voedingsstoffen onvoldoende opnemen, ook wanneer die in de bodem aanwezig zijn. Controleer daarom eerst of de standplaats voldoende zuur en goed doorlatend is. Alleen bemesten lost een ongeschikte bodem niet duurzaam op. Ook langdurige waterverzadiging kan de wortelwerking verstoren en bladvergeling veroorzaken.
Deze cultivar kan op termijn ongeveer 2 tot 3 meter hoog en vrijwel even breed worden. Voorzie daarom voldoende afstand tot gevels, paden en kleinere planten. In een groep moet ook rekening worden gehouden met de uiteindelijke breedte, zodat de struiken elkaar niet vroegtijdig verdringen. De groei kan door standplaats en bodem verschillen, maar dit is geen compacte cultivar voor een kleine border of een smalle plantstrook.
Het verwijderen van uitgebloeide bloemtrossen is niet noodzakelijk, maar voorkomt zaadvorming en houdt de struik verzorgd. Breek de oude tros voorzichtig weg direct boven de jonge scheuten. Die scheuten mogen niet beschadigd worden, omdat daar de verdere groei en later de nieuwe bloemknoppen ontstaan. Bij grote, oudere exemplaren kan deze behandeling arbeidsintensief zijn; de plant kan dan ook zonder het verwijderen van de trossen verder groeien.
Bij vorst of uitdrogende winterkou kunnen de leerachtige bladeren tijdelijk naar beneden hangen en oprollen. Dit is een normale reactie waarmee de plant het verdampende bladoppervlak verkleint. Zodra de temperatuur stijgt en de vochtbalans herstelt, ontvouwen de bladeren zich doorgaans opnieuw. Blijven ze na de winter bruin of slap, controleer dan of de wortelzone niet uitgedroogd of langdurig te nat is geweest.