- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- QUERCUS TURNERI 'PSEUDOTURNERI'
- Loofbomen
Turner-eik (Quercus × turneri 'Pseudoturneri') onderscheidt zich door zijn leerachtige blad, dat in zachte winters grotendeels aan de boom blijft. Het blad is glanzend donkergroen aan de bovenzijde en grijsviltig aan de onderzijde. Een deel valt pas af wanneer het nieuwe blad in het voorjaar verschijnt. Na strenge vorst kan de boom vroeger en meer blad verliezen.
De jonge boom groeit opgaand, maar ontwikkelt later een breed kegelvormige tot ronde kroon. Reken in de tuin op een uiteindelijke hoogte van doorgaans 8 tot 10 m en een vergelijkbare kroonbreedte. Daardoor komt deze eik het best tot zijn recht als solitaire boom op een plaats met voldoende ruimte.
In mei verschijnen grijzwitte katjes. Later kunnen langgesteelde, langwerpige eikels ontstaan, vaak met meerdere bijeen. De twijgen zijn aanvankelijk bleekgeel en viltig behaard; bij oudere bomen wordt de grijsbruine schors duidelijk gegroefd.
Quercus × turneri 'Pseudoturneri' groeit in zon tot halfschaduw. Een voedzame, vochthoudende maar goed doorlatende bodem geeft de beste ontwikkeling. Zowel leem-, klei- als zandgrond kan geschikt zijn wanneer de waterhuishouding in orde is. Plant de boom bij voorkeur niet in een volledig verharde groeiplaats, omdat de wortelzone voldoende open bodem nodig heeft.
De boom is in België het best te omschrijven als halfwintergroen. Tijdens zachte winters blijft een groot deel van het leerachtige blad aan de takken en valt het pas af wanneer het nieuwe blad verschijnt. Bij strenge vorst, koude wind of een ongunstige standplaats kan vroeger en aanzienlijk meer blad verloren gaan. Het winterbeeld varieert daardoor van jaar tot jaar. Bladverlies tijdens een koude winter betekent niet automatisch dat de boom beschadigd is; in het voorjaar kan hij opnieuw normaal uitlopen.
Deze cultivar wordt doorgaans 8 tot 10 m hoog. Op een gunstige groeiplaats kan hij op lange termijn groter worden. De kroon groeit aanvankelijk opgaand en wordt later breed kegelvormig tot rond, met een breedte die uiteindelijk ongeveer 8 m of meer kan bedragen. Geef de boom daarom voldoende afstand tot gevels, perceelsgrenzen en andere grote bomen. Voor een kleine tuin is hij alleen geschikt wanneer er genoeg ruimte beschikbaar blijft voor de brede volwassen kroon.
Een voedzame, vochthoudende en goed doorlatende bodem is het meest geschikt. De boom kan op leem, klei en zand groeien, maar de bodemstructuur en waterhuishouding zijn belangrijker dan het bodemtype alleen. Erg arme, snel uitdrogende zandgrond vraagt meer aandacht tijdens de inworteling. Een langdurig verdichte of volledig verharde groeiplaats is minder geschikt, omdat de wortels voldoende open bodem nodig hebben. Zorg bij het planten voor een ruime, doorwortelbare plantplaats.
Ja, deze Turner-eik kan zowel in de zon als in de halfschaduw groeien. Een lichte standplaats met voldoende ruimte voor de kroon geeft doorgaans de beste ontwikkeling. Vermijd een plek waar de boom permanent door gebouwen of grotere bomen wordt overschaduwd. Houd bij de plaatskeuze ook rekening met de brede kroon op volwassen leeftijd. Het halfwintergroene blad maakt de boom bovendien vrij aanwezig in het winterbeeld, vooral tijdens zachte winters.
Alleen wanneer de tuin voldoende breed is voor de volwassen kroon. Hoewel de gebruikelijke eindhoogte van 8 tot 10 m beperkter is dan bij veel grote eikensoorten, kan 'Pseudoturneri' ongeveer even breed worden. De boom is daarom vooral geschikt als solitaire boom in een middelgrote tot grote tuin. Beoordeel niet alleen de beschikbare hoogte, maar ook de afstand tot de woning, perceelsgrens en omliggende beplanting. Regelmatig snoeien om de boom blijvend klein te houden doet afbreuk aan zijn natuurlijke kroonvorm.