- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- PRIMULA VIALII
- Vaste planten
Orchideeprimula (Primula vialii) vormt een compacte rozet van lichtgroene bladeren. In de vroege zomer verschijnen slanke bloemaren met donkerrode bloemknoppen. De lila-paarse bloemen openen van onder naar boven, waardoor elke aar tijdens de bloei opvallend tweekleurig is. De plant wordt doorgaans ongeveer 30 tot 40 cm hoog.
Standplaats en bodem
Primula vialii groeit het best in humusrijke, voedzame grond die gelijkmatig vochtig blijft maar overtollig water voldoende afvoert. Halfschaduw is doorgaans de veiligste standplaats. Zon wordt verdragen wanneer de bodem tijdens warme en droge perioden niet uitdroogt.
Gebruik en verzorging
De orchideeprimula komt goed tot haar recht vooraan in een frisse border of nabij een vijverrand, zolang de wortels niet langdurig in stilstaand water staan. Geef tijdens droge perioden tijdig water. Uitgebloeide bloemaren mogen worden verwijderd, maar een ingrijpende snoei is niet nodig.
De donkerrode bovenkant bestaat uit nog gesloten bloemknoppen. Onderaan de aar openen deze knoppen tot lila-paarse bloemen, waarna de bloei geleidelijk naar boven opschuift. Daardoor zijn de rode knoppen en geopende bloemen gedurende een groot deel van de bloeiperiode tegelijk zichtbaar. Het kleurverschil is dus een normaal kenmerk van de ontwikkeling van de bloemaar en geen gevolg van bodem, bemesting of standplaats.
Ja, maar alleen wanneer de bodem voldoende vochthoudend is. Op een zonnige plaats droogt de grond sneller uit en kan het blad tijdens warm weer slap gaan hangen. Halfschaduw is daarom doorgaans betrouwbaarder, vooral op lichte zandgrond. Wie de orchideeprimula toch in de zon plant, kiest het best een humusrijke bodem en geeft tijdens droge perioden tijdig water. Een voortdurend natte, slecht doorlatende bodem is evenmin geschikt.
De orchideeprimula past bij een vijverrand wanneer de grond er fris en humusrijk blijft zonder permanent drassig te worden. Plant haar niet in het water en vermijd plaatsen waar tijdens de winter langdurig water rond de wortels blijft staan. Een iets hoger gelegen zone naast de vijver is meestal geschikter dan de eigenlijke moerasrand. Daar profiteert de plant van het aanwezige bodemvocht terwijl overtollig water toch kan wegtrekken.
Slap blad wijst bij deze soort meestal op een tekort aan bodemvocht. De relatief oppervlakkige grond rond de bladrozet kan tijdens zonnig of winderig weer snel uitdrogen. Geef dan grondig water zodat ook de wortelzone vochtig wordt, in plaats van dagelijks slechts het oppervlak nat te maken. Een laag compost of organisch materiaal helpt het vocht langer vast te houden. Controleer tegelijk of de afvoer goed blijft, want voortdurend verzadigde grond kan wortelproblemen veroorzaken.
Nee. De orchideeprimula is een bladverliezende vaste plant waarvan het bovengrondse deel in het najaar afsterft. In het voorjaar verschijnt vanuit de basis nieuw blad. Laat afgestorven plantendelen tijdens de winter eventueel liggen als beperkte bescherming en verwijder ze voordat de nieuwe groei begint. Vooral een goed doorlatende bodem is belangrijk tijdens natte winterperioden; langdurig stilstaand water rond de wortels wordt slecht verdragen.