- Alle producten
- Sierplanten
- Conifeer
- PICEA ABIES 'ACROCONA'
- Conifeer
Fijnspar Picea abies 'Acrocona' onderscheidt zich door de talrijke kegels die al bij jonge planten verschijnen. In het voorjaar zijn deze rood tot roze en staan ze opvallend aan de uiteinden van de twijgen. Tijdens het rijpen verkleuren ze naar bruin.
De groeiwijze is breed piramidaal tot onregelmatig, met takken die gedeeltelijk afhangen. Daardoor ontwikkelt deze cultivar geen strak symmetrisch silhouet. De plant groeit beduidend compacter dan de gewone fijnspar en bereikt op lange termijn doorgaans ongeveer 2 tot 5 meter, afhankelijk van standplaats, leeftijd en opkweek.
De donkergroene naalden blijven het hele jaar aan de plant. 'Acrocona' komt het best tot zijn recht als solitair, waar zowel de grillige vertakking als de kegels zichtbaar blijven. Snoei is meestal niet nodig en kan de natuurlijke vorm verstoren.
Kies een standplaats in de zon of halfschaduw en een goed doorlatende, matig vochtige bodem. Een lichtzure tot neutrale grond is geschikt. Langdurig natte of sterk verdichte grond wordt minder goed verdragen. Deze fijnspar is goed winterhard in België.
De jonge kegels verschijnen doorgaans in het voorjaar aan de uiteinden van de twijgen. Ze zijn aanvankelijk rood tot roze en verkleuren tijdens het rijpen naar bruin. 'Acrocona' kan al op relatief jonge leeftijd kegels dragen, wat deze cultivar duidelijk onderscheidt van de gewone fijnspar. De hoeveelheid kegels kan van jaar tot jaar verschillen en hangt mede samen met de leeftijd, standplaats en groeiomstandigheden van de plant.
Deze cultivar blijft veel compacter dan de gewone fijnspar. Op lange termijn kan hij doorgaans ongeveer 2 tot 5 meter hoog worden, met een brede en onregelmatige kroon. De uiteindelijke afmetingen hangen af van de leeftijd, bodem, standplaats en manier van opkweken. Door zijn grillige vertakking kan de breedte aanzienlijk worden; voorzie daarom voldoende vrije ruimte en beoordeel hem niet als een strikt compacte dwergconifeer.
Snoei is meestal niet nodig. De brede, grillige groei en de licht afhangende takken vormen juist een kenmerk van deze cultivar. Sterke snoei kan kale plekken veroorzaken, omdat oudere takdelen van fijnsparren niet altijd goed opnieuw uitlopen. Beperk ingrepen tot het verwijderen van beschadigde of storende takken. Houd er rekening mee dat de opvallende kegels aan de uiteinden van jonge twijgen verschijnen; door deze terug te knippen gaat een deel van de sierwaarde verloren.
Een goed doorlatende, matig vochtige bodem is het meest geschikt. De grond mag lichtzuur tot neutraal zijn en moet voldoende lucht rond de wortels behouden. Langdurig natte, verdichte of zuurstofarme grond verhoogt het risico op wortelproblemen. Breng daarom geen dikke, ondoorlatende verharding rond de stam aan. Tijdens de eerste jaren na aanplant is regelmatig water geven belangrijk wanneer langdurige droge periodes optreden.
Ja, deze fijnspar kan zowel in de zon als in de halfschaduw groeien. Op een lichte standplaats blijft de groei doorgaans gelijkmatiger en zijn de jonge gekleurde kegels beter zichtbaar. Vermijd bij voorkeur diepe schaduw, zeker wanneer omliggende bomen of struiken ook veel bodemvocht opnemen. Een open standplaats met voldoende ruimte rond de takken laat de brede, onregelmatige groeiwijze het best tot ontwikkeling komen.