- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- PHYTOLACCA AMERICANA
- Vaste planten
Forse vaste plant met donkere vruchttrossen
Westerse karmozijnbes (Phytolacca americana) vormt stevige, opgaande stengels met grote groene bladeren. In juli verschijnen kleine witachtige bloemen in langwerpige trossen. Na de bloei buigen de trossen door onder het gewicht van de afgeplatte bessen, die van rood naar donkerpaars tot bijna zwart verkleuren.
De plant wordt doorgaans 1 tot 2 meter hoog en sterft in de winter bovengronds af. Vanuit de forse wortel loopt hij in het voorjaar opnieuw uit. Een voedselrijke, vochthoudende maar doorlatende bodem in de zon of halfschaduw ondersteunt de krachtige groei.
Aandachtspunten
Phytolacca americana kan zich via de bessen gemakkelijk uitzaaien. Wie zaailingen wil beperken, verwijdert de vruchttrossen voordat de bessen volledig rijp zijn. Jonge zaailingen zijn eenvoudiger te verwijderen dan oudere planten met een sterk ontwikkelde wortel.
Alle delen van de plant zijn giftig, met inbegrip van de bessen en zaden. Plant de karmozijnbes daarom niet op een plaats waar kinderen de vruchten gemakkelijk kunnen plukken. Draag handschoenen bij het snoeien of verwijderen en voer plantendelen niet als eetbaar materiaal af.
Nee. De bessen van Phytolacca americana zijn niet geschikt voor consumptie. Ook de zaden, bladeren, stengels en vooral de wortel bevatten giftige stoffen. De donkere vruchten kunnen aantrekkelijk lijken voor kinderen, waardoor een standplaats buiten hun bereik aangewezen is. Gebruik de bessen niet voor sap, confituur of andere bereidingen. Draag bij het verwijderen van rijpe vruchttrossen bij voorkeur handschoenen en was de handen na contact met het plantensap.
Ja, op geschikte grond kan de westerse karmozijnbes talrijke zaailingen vormen. De bessen bevatten veel zaden en worden bovendien door vogels verspreid. Knip de vruchttrossen weg voordat de bessen volledig rijp zijn wanneer spontane verspreiding ongewenst is. Controleer in het voorjaar ook de omgeving van de moederplant. Kleine zaailingen zijn gemakkelijk uit te trekken, maar oudere exemplaren ontwikkelen een forse wortel en worden daardoor moeilijker volledig verwijderd.
De bovengrondse stengels en bladeren sterven na de eerste stevige vorst af. De plant overwintert ondergronds en loopt in het voorjaar opnieuw uit vanuit de wortel. De afgestorven stengels kunnen tijdens de winter blijven staan of na het afsterven tot dicht bij de grond worden weggeknipt. Draag daarbij handschoenen, want ook afgestorven plantendelen mogen niet als eetbaar of onschadelijk worden beschouwd.
Verwijder eerst de stengels en graaf daarna de wortel zo volledig mogelijk uit. Bij oudere planten kan deze wortel groot en stevig zijn. Achterblijvende worteldelen kunnen opnieuw uitlopen, waardoor opvolging nodig blijft. Verwijder ook jonge zaailingen voordat ze een diepe wortel vormen. Knip rijpende vruchttrossen vooraf weg om verdere zaadverspreiding te beperken. Handschoenen zijn aangewezen wegens de giftigheid van alle plantendelen.
Phytolacca americana groeit het krachtigst in de zon tot halfschaduw, op een voedselrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar niet langdurig onder water staat. Op erg arme of droge grond blijft de ontwikkeling doorgaans beperkter. Houd bij de plaatskeuze rekening met de forse omvang en met mogelijke zaailingen rond de plant. Een plek achteraan in een ruime vasteplantenborder geeft de hoge stengels voldoende ruimte.