- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- PHYSOCARPUS OPULIFOLIUS 'MINION'
- Bladverliezend
Physocarpus opulifolius 'Minion' onderscheidt zich door zijn compacte, dicht vertakte groei en gele bladkleur. De jonge bladeren lopen citroengeel uit, worden tijdens de zomer geleidelijk groener en verkleuren in de herfst opnieuw geel. De struik ontwikkelt doorgaans een afgeronde vorm van ongeveer 1,2 tot 1,5 meter hoog en ongeveer even breed.
In het late voorjaar verschijnen kleine witte bloemen in afgeronde tuilen. De bloei is minder opvallend dan het blad, dat gedurende een groot deel van het groeiseizoen de voornaamste sierwaarde vormt. Zoals andere blaasspirea's is deze cultivar bladverliezend.
Standplaats en verzorging
'Minion' groeit in de zon tot halfschaduw. Op een zonnige standplaats komt de gele bladkleur doorgaans het duidelijkst tot uiting. Een normale, goed doorlatende tuingrond volstaat; een matig voedselrijke bodem die niet langdurig uitdroogt, ondersteunt een gelijkmatige groei.
Snoei is niet jaarlijks nodig. Indien de struik te groot of te dicht wordt, kan hij na de bloei worden uitgedund. Oudere exemplaren kunnen in het vroege voorjaar sterker worden teruggesnoeid om nieuwe scheutvorming te stimuleren, maar hierdoor gaat de bloei van dat jaar grotendeels verloren.
Nee. De jonge bladeren lopen opvallend citroengeel uit, maar worden tijdens de zomer geleidelijk groener. Hoe sterk die verkleuring optreedt, hangt onder meer samen met de hoeveelheid licht en de groeiomstandigheden. In de herfst krijgt het blad opnieuw een duidelijkere gele kleur. Wie vooral voor het gele blad kiest, geeft de struik daarom bij voorkeur een zonnige standplaats zonder hem op een zeer droge plek te zetten.
'Minion' behoort tot de compacter groeiende blaasspirea's. Reken onder normale tuinomstandigheden op ongeveer 1,2 tot 1,5 meter hoogte en een vergelijkbare breedte. De struik groeit dicht vertakt en krijgt van nature een afgeronde vorm. De uiteindelijke afmetingen kunnen variëren volgens bodem, standplaats en snoei. Door zijn beperktere groei vraagt hij minder ruimte dan de sterk groeiende vorm van de soort.
Ja, deze cultivar kan in halfschaduw groeien. In voldoende zon ontwikkelt de jonge uitloop doorgaans wel de duidelijkste gele kleur. Op een schaduwrijkere plaats wordt het blad sneller groen en kan de groei losser worden. Een plek met enkele uren zon per dag is daarom te verkiezen wanneer de bladkleur het belangrijkste keuzecriterium is. Vermijd tegelijk een standplaats waar de grond langdurig uitdroogt.
Een jaarlijkse snoeibeurt is niet nodig. Verwijder na de bloei eventueel enkele oudere of kruisende takken om de struik open en compact te houden. Een verouderd exemplaar kan in het vroege voorjaar sterker worden teruggesnoeid om jonge scheuten te laten ontstaan. Houd er rekening mee dat een vroege, sterke snoei de bloei van dat jaar sterk vermindert, omdat daarbij bloemdragend hout wordt verwijderd.
Een blaasspirea groeit op de meeste normale tuingronden, zolang overtollig water voldoende kan wegzakken. Een matig voedselrijke, licht vochtige maar goed doorlatende bodem geeft doorgaans de meest gelijkmatige groei. Een gevestigde plant verdraagt tijdelijke droogte beter dan een pas aangeplant exemplaar. Geef tijdens het eerste groeiseizoen daarom water bij aanhoudend droog weer, zodat de wortels zich goed kunnen ontwikkelen.