- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- PHLOX SUBULATA 'G.F. WILSON'
- Bodembedekkers
Kruipende vlambloem (Phlox subulata 'G.F. Wilson') vormt lage, dichte matten van fijn groen blad. In april tot juni verschijnen talrijke lilablauwe tot porseleinblauwe bloemen. De plant blijft ongeveer 10 tot 15 cm hoog en breidt zich vooral in de breedte uit.
Door zijn lage groei is deze cultivar geschikt voor een rotstuin, de rand van een border, een lage beplanting langs een pad of een zonnige helling. Ook in een pot kan hij worden toegepast, zolang overtollig water gemakkelijk wegvloeit.
'G.F. Wilson' bloeit het rijkst in de zon. Halfschaduw wordt verdragen, maar kan ten koste gaan van een compacte groei en rijke bloei. Een lichte, goed doorlatende bodem is belangrijk. Langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, vergroot de kans op uitval.
Het fijne blad blijft tijdens zachte winters grotendeels aanwezig. Na vorst of aanhoudend nat weer kan de plant tijdelijk minder fris ogen. Knip hem na de bloei licht terug wanneer de mat onregelmatig wordt; zo blijft de groei compacter.
'G.F. Wilson' blijft doorgaans ongeveer 10 tot 15 cm hoog en groeit vooral in de breedte. De kruipende scheuten vormen geleidelijk een lage mat. Hoe snel die mat sluit, hangt af van de bodem, de hoeveelheid zon en de plantafstand. Op een zonnige plek met goed doorlatende grond blijft de groei meestal het compactst. Voor een gesloten beplanting moeten de afzonderlijke planten eerst voldoende tijd krijgen om naar elkaar toe te groeien.
Ja, lichte halfschaduw wordt verdragen, maar een zonnige standplaats geeft doorgaans de rijkste bloei en compactste groei. In diepere schaduw kunnen de scheuten losser worden en verschijnen minder bloemen. Vermijd vooral een combinatie van schaduw en voortdurend natte grond. Op zo'n plaats droogt de bodem trager op, terwijl deze kruipende vlambloem juist behoefte heeft aan een goed doorlatende wortelzone.
Phlox subulata verdraagt geen langdurig natte wortelzone. Vooral in de winter kan stilstaand water leiden tot wortel- en stengelproblemen, waardoor delen van de mat bruin worden of afsterven. Plant 'G.F. Wilson' daarom niet in een laagte waar regenwater blijft staan. Op zware grond helpt een verhoogde plantplaats met een luchtige, doorlatende bodem. Extra water is vooral nodig na de aanplant en tijdens langdurige droogte, niet wanneer de grond nog vochtig is.
Een vaste snoeibeurt is niet noodzakelijk. Wanneer de plant na de bloei los of onregelmatig oogt, kan hij licht worden teruggeknipt. Dat helpt om een compactere mat te behouden en stimuleert nieuwe scheutvorming. Verwijder alleen het bovenste deel van de uitgebloeide groei en snoei niet hard terug tot in oude, kale stengels. Beschadigde of afgestorven delen kunnen na de winter afzonderlijk worden weggehaald.
Het fijne blad blijft tijdens zachte winters doorgaans grotendeels aanwezig. Na strenge vorst, koude wind of langdurig nat weer kan het blad bruin of dof verkleuren. Dat betekent niet noodzakelijk dat de plant verloren is; vanuit gezonde delen kan in het voorjaar opnieuw groei ontstaan. Een zonnige, goed doorlatende standplaats bevordert een beter winterbeeld. Knip na de winter alleen duidelijk afgestorven of beschadigde scheuten weg.