- Alle producten
- Sierplanten
- Klimplanten
- PASSIFLORA CAERULEA
- Klimplanten
Blauw-witte bloemen aan een krachtige klimmer
De blauwe passiebloem (Passiflora caerulea) klimt met hechtranken en heeft daarom een stevig rek, gespannen draden of een andere smalle steun nodig. Op een warme plaats groeit hij krachtig en kan hij na enkele jaren meerdere meters hoog worden.
De opvallend gevormde bloemen bestaan uit witte tot lichtblauwe kroonbladeren met een krans van blauw-paarse helmdraden. De bloei begint doorgaans in juni en kan bij zacht weer tot in september aanhouden. Na bestuiving kunnen eivormige vruchten ontstaan die bij rijpheid oranje kleuren. Het vruchtvlees is eetbaar wanneer de vruchten volledig rijp zijn, maar heeft weinig smaak en is niet te vergelijken met dat van soorten die voor fruitproductie worden geteeld.
Standplaats en winterbescherming
Passiflora caerulea groeit het best in de zon of lichte halfschaduw, bij voorkeur tegen een warme en beschutte muur. De bodem moet vruchtbaar en voldoende vochthoudend zijn, maar overtollig water goed afvoeren. Vooral tijdens warme, droge perioden vraagt de plant regelmatig water.
Deze soort behoort tot de beter winterharde passiebloemen, maar blijft in België gevoelig voor strenge vorst en koude wind. Bescherm de voet tijdens de eerste winters met een laag droog blad of ander isolerend materiaal. Bovengrondse scheuten kunnen invriezen en in het voorjaar opnieuw uitlopen vanuit het beschutte onderste deel. Het blad blijft tijdens zachte winters gedeeltelijk aanwezig, maar kan na vorst volledig afvallen.
Snoei in het voorjaar nadat het grootste vorstrisico voorbij is. Verwijder afgestorven scheuten en kort te lange ranken terug tot een gezond deel. Een sterke terugsnoei kan worden gebruikt om een ouder exemplaar binnen de beschikbare ruimte te houden.
| Standplaats | Zon, Gevoelig voor koude |
| Bloeitijd | Juli, Augustus, September |
| Bloeikleur | Wit, Blauw |
Passiflora caerulea kan in veel Belgische tuinen buiten overwinteren, maar alleen op een warme, beschutte standplaats en in goed doorlatende grond. Strenge vorst kan het blad en de bovengrondse scheuten beschadigen. Bescherm vooral jonge planten door de voet vóór de winter af te dekken met droog blad of ander isolerend materiaal. Een zuid- of westgerichte muur vergroot de kans op een goede overwintering. Wacht in het voorjaar met snoeien tot duidelijk zichtbaar is welke scheuten opnieuw uitlopen.
Ja. De blauwe passiebloem klimt met ranken die zich om smalle steunpunten wikkelen. Een muur alleen biedt daarom onvoldoende houvast. Gebruik gespannen draden, gaas of een stevig klimrek en leid jonge scheuten aanvankelijk in de gewenste richting. Controleer geregeld of de ondersteuning het toenemende gewicht kan dragen. De plant kan krachtig groeien en lange scheuten vormen, waardoor een ruime en duurzame constructie aangewezen is.
De vruchten zijn eetbaar wanneer ze volledig rijp en oranje zijn, maar hun culinaire waarde is beperkt. Ze bevatten doorgaans weinig vruchtvlees en smaken eerder flauw. Passiflora caerulea wordt daarom vooral voor de bloemen geteeld en niet als productieve fruitplant. Eet geen onrijpe, groene vruchten en gebruik andere delen van de plant niet voor consumptie. Wie smaakvolle passievruchten verwacht, kiest beter een soort of ras dat specifiek voor vruchtkwaliteit wordt gekweekt.
Het bladgedrag hangt sterk af van de wintertemperatuur en de standplaats. Op een zachte, beschutte plaats kan een deel van het blad blijven hangen. Bij aanhoudende koude, vorst of schrale wind valt het blad meestal af en kunnen jonge scheuten invriezen. Dit betekent niet noodzakelijk dat de plant afgestorven is. Controleer in het voorjaar of het hout onder de schors nog groen is en wacht op nieuwe uitloop voordat beschadigde delen worden verwijderd.
Snoei de blauwe passiebloem in het voorjaar, zodra het risico op zware vorst grotendeels voorbij is. Verwijder eerst dode en duidelijk beschadigde scheuten. Te lange ranken kunnen vervolgens worden ingekort tot een gezonde knop of sterke zijscheut. Bij een ouder exemplaar helpt uitdunnen om licht en lucht in de plant te brengen. Vermijd een zware snoei in het najaar, omdat jonge hergroei en verse snoeiwonden dan gevoeliger zijn voor winterkou.