- Alle producten
- Sierplanten
- Klimplanten
- PARTHENOCISSUS QUINQUEFOLIA 'ENGELMANNII''
- Klimplanten
Fijnbladige, zelfhechtende wilde wingerd
Parthenocissus quinquefolia 'Engelmannii' is een krachtige, bladverliezende klimplant. Deze selectie heeft fijner blad dan de gewone vijfbladige wingerd en hecht zich met ranken en kleine hechtschijfjes rechtstreeks aan een geschikte ondergrond. Hierdoor kan hij grote gevels, muren en stevige afsluitingen bedekken zonder klimrek.
Het samengestelde blad bestaat doorgaans uit vijf groene deelblaadjes. In de herfst verkleurt het opvallend rood tot purperrood. De intensiteit van die verkleuring hangt onder meer af van de standplaats en de weersomstandigheden.
Standplaats en onderhoud
'Engelmannii' groeit in zon en halfschaduw en stelt weinig bijzondere eisen aan de bodem, zolang overtollig water voldoende kan wegtrekken. Een zonnige standplaats geeft doorgaans de krachtigste herfstkleur. Geef na de aanplant voldoende water totdat de wortels goed ontwikkeld zijn.
Door zijn sterke groeikracht is deze wingerd vooral geschikt voor grotere oppervlakken. Snoei is doorgaans nodig om ramen, dakgoten, houtwerk en andere constructiedelen vrij te houden. Controleer vóór het planten of het metselwerk en de voegen in goede staat zijn; hechtschijfjes zijn later moeilijk volledig te verwijderen.
'Engelmannii' wordt vooral gekozen om zijn fijnere, doorgaans wat compactere blad en zijn betrouwbare hechting. Net als de gewone Parthenocissus quinquefolia klimt hij met ranken waaraan kleine hechtschijfjes zitten. De groeikracht blijft aanzienlijk, zodat ook deze cultivar vooral geschikt is voor het bedekken van grotere oppervlakken. Het groene zomerblad verkleurt in de herfst rood tot purperrood. Wie een duidelijk minder krachtige wingerd zoekt, moet er rekening mee houden dat 'Engelmannii' ondanks zijn fijnere uiterlijk nog steeds geregeld begrensd moet worden.
Nee, op een voldoende ruwe en stevige ondergrond kan 'Engelmannii' zichzelf vastzetten met kleine hechtschijfjes. Een klimrek is daarom bij een geschikte muur meestal niet nodig. Op zeer gladde oppervlakken kan de hechting minder goed verlopen en kan tijdelijke geleiding nuttig zijn. Jonge scheuten kunnen aanvankelijk in de gewenste richting worden geleid. Plant de wingerd niet tegen losse gevelbekleding of oppervlakken die regelmatig geschilderd of onderhouden moeten worden, omdat de vastgehechte ranken moeilijk te verwijderen zijn.
Op gezond metselwerk met stevige voegen veroorzaken de hechtschijfjes doorgaans geen directe schade. Bij verweerde voegen, barsten, los pleisterwerk of beschadigde gevelbekleding kunnen de scheuten bestaande gebreken wel verder binnendringen. Controleer de ondergrond daarom vóór de aanplant. Houd de groei ook weg van dakranden, goten, rolluikkasten en ventilatieopeningen. Na verwijdering blijven vaak resten van de hechtschijfjes zichtbaar, waardoor deze klimplant minder geschikt is voor gevels die regelmatig geschilderd moeten worden.
De herfstkleur wordt beïnvloed door licht, temperatuur, bodemvocht en het verloop van het najaar. Op een zonnige standplaats ontwikkelt het blad doorgaans intensere rode en purperrode tinten dan in diepe schaduw. Een zonnig najaar met koele nachten kan de verkleuring versterken, terwijl zacht, donker of zeer nat herfstweer een minder uitgesproken resultaat kan geven. Ook vroegtijdige bladval door droogtestress kan de kleurperiode verkorten. Een gelijkmatige watervoorziening tijdens de eerste jaren helpt de plant een gezond bladerdek te vormen.
Deze cultivar kan door snoei begrensd worden, maar blijft van nature een krachtige klimmer. Voor een kleine muur of smalle afsluiting vraagt hij daarom regelmatige controle. Lange scheuten kunnen worden ingekort zodra ze buiten het gewenste vlak groeien. Verwijder ook tijdig scheuten die richting ramen, dakgoten, houtwerk of naburige planten lopen. Voor een blijvend compact resultaat is terugkerende snoei nodig; de plant is minder geschikt wanneer slechts een klein oppervlak beschikbaar is of wanneer weinig onderhoud gewenst is.