Slangenbaard (Ophiopogon japonicus) vormt lage pollen van smal, donkergroen blad. De plant lijkt op een siergras, maar is botanisch geen gras. Via korte ondergrondse uitlopers groeit hij geleidelijk uit tot een gesloten, wintergroene bodembedekking.
In de zomer verschijnen kleine witte bloemen tussen het blad. De bloei blijft vrij onopvallend; het fijne loof en de lage, gelijkmatige groei bepalen vooral het karakter van deze soort.
Ophiopogon japonicus groeit het best in halfschaduw, in humusrijke grond die voldoende vocht vasthoudt maar overtollig water goed afvoert. Zon wordt verdragen wanneer de bodem in de zomer niet langdurig uitdroogt. Een beschutte standplaats beperkt bladschade tijdens strenge vorst.
Gebruik slangenbaard als bodembedekker, als lage randbeplanting of tussen heesters en andere vaste planten. De uitbreiding verloopt geleidelijk, waardoor het enige tijd duurt voordat een volledig gesloten tapijt ontstaat. Beschadigd of verdroogd blad kan in het voorjaar worden weggeknipt.