Okkernoot (Juglans regia 'Proslavski') vormt grote, langwerpige walnoten. De rijpe vruchten vallen doorgaans in september en oktober uit hun groene bolster. Na het verzamelen worden de noten best enkele weken luchtig en droog bewaard voordat ze verder worden opgeslagen.
'Proslavski' groeit uit tot een krachtige boom met een brede kroon. Deze hoogstam heeft een kale stam van 2,20 m tot aan de kroon. De vorm is vooral geschikt voor een ruime tuin, boomgaard of open terrein waar de kroon zich zonder sterke correctiesnoei kan ontwikkelen.
Plant deze okkernoot bij voorkeur in de zon. Halfschaduw wordt verdragen, maar een zonnige plaats bevordert de afrijping van het hout en de vruchten. De bodem moet voldoende diep, voedzaam en goed doorlatend zijn. Langdurig natte grond is ongeschikt, terwijl jonge bomen tijdens droge perioden wel extra water nodig hebben.
Beperk snoei tot het verwijderen van slecht geplaatste, beschadigde of dode takken. Voer noodzakelijke snoei in de zomer uit, wanneer de sapstroom minder risico geeft op langdurig bloeden. Over de zelfbestuiving van 'Proslavski' bestaat onvoldoende zekerheid. Voor een zo betrouwbaar mogelijke vruchtzetting is een tweede walnotenras met overlappende bloei daarom aangewezen.