Vruchten en oogst
De ‘Notarisappel’ vormt middelgrote tot grote appels met een groengele schil en vaak een rode blos aan de zonzijde. Het witte vruchtvlees is stevig en sappig, met een aromatische zoetzure smaak. De vruchten zijn bruikbaar als handappel, maar lenen zich ook voor appelmoes, sap en gebak.
De appels worden doorgaans geplukt van half september tot begin oktober. Het juiste pluktijdstip hangt af van de standplaats en het verloop van de zomer. Een rijpe appel laat gemakkelijker los wanneer hij voorzichtig wordt opgetild en gedraaid.
Een appelboom als snoervorm
Deze jonge snoerboom is bedoeld voor een smalle teeltvorm langs draden of een ander stevig raamwerk. De gesteltak wordt aangebonden, terwijl de zijscheuten door gerichte zomersnoei kort worden gehouden. Zo ontstaat compact vruchthout en blijft de boom aanzienlijk smaller dan een vrij uitgroeiende appelboom.
Een snoervorm vraagt jaarlijks onderhoud. Zonder regelmatige begeleiding en snoei zal ‘Notarisappel’ langere zijscheuten vormen en zijn smalle vorm geleidelijk verliezen. De uiteindelijke afmetingen hangen sterk af van de onderstam, snoei en beschikbare ondersteuning.
Bestuiving en standplaats
Voor een betrouwbare vruchtzetting wordt een ander appelras met een overlappende bloeiperiode aanbevolen. De bloesem verschijnt doorgaans in april en mei. Plant de boom bij voorkeur op een zonnige plaats in vruchtbare, goed doorlatende grond. Langdurig natte grond is ongeschikt voor de wortels.