- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- NEPETA RACEMOSA 'LITTLE TITCH'
- Vaste planten
Kattekruid (Nepeta racemosa 'Little Titch') onderscheidt zich door zijn lage, compacte groei. De plant vormt een bossige pol van ongeveer 20 tot 30 cm hoog, met kleine zilvergroene bladeren die bij aanraking aromatisch geuren. Vanaf het late voorjaar verschijnen lilablauwe bloemen boven het blad. De bloei kan gedurende een groot deel van de zomer aanhouden.
Deze cultivar groeit het best in de zon, op een lichte en goed doorlatende bodem. Een arme, stenige of eerder droge grond vormt geen bezwaar. Zware grond is alleen geschikt wanneer overtollig water gemakkelijk kan wegzakken. Vooral natte grond tijdens de winter verhoogt de kans op uitval.
Door zijn beperkte hoogte is 'Little Titch' bruikbaar voor de voorrand van een border, een rotstuin of een zonnige beplanting met lage vaste planten. De bloemen worden bezocht door bijen. Na de eerste bloei kan de plant worden teruggeknipt; dit houdt de pol compact en kan een nieuwe bloei stimuleren.
'Little Titch' blijft met ongeveer 20 tot 30 cm opvallend laag. De plant vormt een compacte, bossige pol en neemt daardoor minder verticale ruimte in dan veel andere cultivars van kattekruid. Deze beperkte groei maakt hem geschikt voor de voorrand van een zonnige border, langs een pad of tussen lage planten in een rotstuin. Houd er rekening mee dat de uiteindelijke omvang mede afhangt van de bodem, de hoeveelheid licht en de ouderdom van de plant.
Ja. 'Little Titch' kan op een eerder droge, lichte of stenige bodem groeien, op voorwaarde dat de plant na het aanplanten voldoende kan inwortelen. Op langdurig uitgedroogde grond kan de bloei minder rijk worden. Een zonnige plaats met een goed doorlatende bodem is het meest geschikt. Op zware kleigrond is een goede afwatering belangrijk, omdat deze cultivar winterse nattigheid minder goed verdraagt dan tijdelijke droogte.
Terugknippen na de eerste bloei is niet strikt noodzakelijk, maar helpt om de plant compact te houden. Knip de uitgebloeide stengels terug tot boven het jonge blad. Bij gunstig zomerweer kan daarna een tweede, doorgaans wat bescheidener bloei volgen. Vermijd een zware snoeibeurt vlak voor een droge periode wanneer de plant nog niet goed is ingeworteld. Verdroogde bovengrondse delen kunnen aan het einde van de winter worden verwijderd.
Op langdurig natte grond krijgen de wortels te weinig lucht en neemt de kans op wortel- en kroonproblemen toe. Vooral zware, dichtgeslagen bodem kan tijdens een Belgische winter te lang nat blijven. Plant 'Little Titch' daarom niet in een laagte waar regenwater zich verzamelt. Op kleigrond kan een verhoogde plantplaats of een verbetering van de bodemstructuur de afwatering bevorderen. Een doorlatende standplaats is belangrijker dan een voedselrijke bodem.
Ja. De lilablauwe bloemen leveren tijdens de bloeiperiode voedsel voor bijen en andere bloembezoekende insecten. De plant komt het best tot bloei op een zonnige standplaats. Door meerdere exemplaren samen te planten ontstaat een duidelijker herkenbare voedselbron dan bij één afzonderlijke plant. Terugknippen na de eerste bloei kan onder goede omstandigheden nieuwe bloemen opleveren en zo de periode met voedselaanbod verlengen.