- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- MESPILUS GERMANICA
- Loofbomen
De mispel (Mespilus germanica) vormt bruine, afgeplatte vruchten met opvallend grote kelkbladen. Bij de pluk in het najaar zijn deze nog hard en wrang. Ze worden pas eetbaar nadat het vruchtvlees door narijping zacht en bruin is geworden, een proces dat bletten wordt genoemd. De zachte vruchten zijn geschikt voor gelei, compote en andere verwerkte bereidingen.
Deze bladverliezende fruitboom groeit traag en ontwikkelt doorgaans een brede, wat grillige kroon. In mei verschijnen vrij grote, witte bloemen tussen het jonge blad. Eén exemplaar kan vruchten dragen, omdat de mispel zelfbestuivend is.
Mespilus germanica groeit het best op een zonnige standplaats in een goed doorlatende bodem. Halfschaduw wordt verdragen, maar voldoende zon bevordert de rijping van de vruchten. Vermijd langdurig natte grond. Door de trage groei blijft de snoeibehoefte beperkt; verwijder vooral dood, kruisend of naar binnen groeiend hout en behoud een open kroon.
Mispels zijn bij de pluk in oktober of november doorgaans nog hard en wrang. Laat ze op een koele plaats narijpen tot de schil donkerder wordt en het vruchtvlees volledig zacht is. Dit proces heet bletten. Nachtvorst kan het zacht worden bevorderen, maar is niet strikt noodzakelijk. Controleer de vruchten regelmatig en verwerk ze zodra ze zacht zijn, want daarna blijven ze maar kort bruikbaar.
Ja. Mespilus germanica is zelfbestuivend, waardoor één boom in principe vruchten kan dragen. De vruchtzetting blijft wel afhankelijk van een goede bloei, bezoek door insecten en gunstige weersomstandigheden tijdens de bloeiperiode. Een zonnige standplaats en een evenwichtige groei ondersteunen een regelmatige opbrengst. Een tweede mispel is dus niet noodzakelijk om vruchten te kunnen oogsten.
Gebruik mispels pas wanneer het vruchtvlees na het bletten zacht en bruin is geworden. Het zachte vruchtvlees kan uit de schil worden gelepeld, maar wordt vooral verwerkt tot gelei, compote, moes of vruchtenbereidingen. De harde pitten worden niet gegeten. Omdat geblette vruchten slechts kort houdbaar zijn, is het praktisch om alleen de benodigde hoeveelheid te laten narijpen en rijpe vruchten snel te verwerken.
Nee. De mispel groeit traag en vraagt doorgaans weinig snoei. Beperk de ingreep tot het verwijderen van dood, beschadigd, kruisend of naar binnen groeiend hout. Zo blijft de kroon voldoende open zonder de natuurlijke vorm te verstoren. Snoei bij voorkeur tijdens een droge, vorstvrije periode. Sterke snoei is meestal niet nodig en kan veel nieuwe scheutgroei uitlokken ten koste van een evenwichtige kroon.
Een zonnige plaats in een goed doorlatende bodem geeft doorgaans de beste bloei en vruchtrijping. Halfschaduw wordt verdragen, maar op een erg donkere plaats kan de opbrengst lager uitvallen. De bodem mag vochthoudend zijn, zolang overtollig water gemakkelijk weg kan. Langdurig natte grond is minder geschikt. Geef een pas geplante boom tijdens droge perioden water totdat hij voldoende is ingeworteld.