- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- MALUS 'JOHN DOWNIE' HOOGSTAM
- Loofbomen
Sierappel Malus 'John Downie' vormt aanvankelijk een vrij opgaande boom, waarna de kroon breder en losser uitgroeit. Als hoogstam heeft hij een kale stam van 2,20 m met daarboven de kroon. Een volwassen exemplaar wordt doorgaans 5 tot 8 m hoog en ongeveer 3 tot 5 m breed.
In april en mei verschijnen grote, enkele witte bloemen. Ze worden bezocht door bijen en andere bestuivende insecten. Na de bloei ontwikkelen zich talrijke eivormige appeltjes van ongeveer 3 tot 4 cm. De vruchten zijn geel met een oranjerode blos en vallen door hun formaat en kleur duidelijk op. Ze zijn eetbaar, maar worden door hun zure smaak vooral verwerkt tot gelei, moes of andere bereidingen.
'John Downie' groeit het best in de zon, maar verdraagt ook halfschaduw. Een zonnige standplaats bevordert doorgaans de bloei en vruchtzetting. Kies een voedselrijke, vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Langdurig droge grond en blijvend natte standplaatsen zijn minder geschikt.
Door zijn brede kroon vraagt deze hoogstam voldoende ruimte en komt hij het best tot zijn recht als solitaire boom. De cultivar is goed winterhard in België, maar minder geschikt voor een standplaats die rechtstreeks aan zoute zeewind is blootgesteld. Hij kan matig gevoelig zijn voor appelschurft, vooral tijdens vochtige groeiseizoenen.
| Geschikt voor | Daktuin, Solitaire Boom of Plant, Hoogstam |
| Standplaats | Zon, Halfschaduw |
| Eigenschap | Sierlijke vruchten, Verdraagt wind, Bijenplant |
| Bloeitijd | Mei |
| Bloeikleur | Roze |
| Groeisnelheid | Middelmatig |
Een volwassen Malus 'John Downie' wordt doorgaans 5 tot 8 m hoog en ongeveer 3 tot 5 m breed. De boom groeit eerst vrij opgaand, maar ontwikkelt later een brede, los vertakte kroon. Bij deze hoogstamvorm begint de kroon boven een kale stam van 2,20 m. Houd bij de aanplant voldoende afstand tot gevels, perceelsgrenzen en andere bomen. Door de uiteindelijke kroonbreedte is deze sierappel vooral geschikt voor middelgrote en grotere tuinen.
Ja, de vruchten zijn eetbaar. Ze zijn eivormig, ongeveer 3 tot 4 cm groot en geel met een oranjerode blos. Door hun zure smaak worden ze doorgaans niet als handappel gegeten. Ze zijn vooral geschikt om te verwerken tot gelei, moes of andere bereidingen waarin suiker wordt toegevoegd. Gebruik alleen gave, rijpe vruchten en behandel de pitten zoals bij gewone appels: maal of verwerk ze niet in grote hoeveelheden.
Alleen wanneer er voldoende ruimte voor de volwassen kroon beschikbaar is. 'John Downie' blijft kleiner dan veel grote laanbomen, maar kan toch 5 tot 8 m hoog en 3 tot 5 m breed worden. De hoogstamvorm neemt onder de kroon weinig ruimte in, maar de takken spreiden zich op latere leeftijd breed uit. Voor een kleine stadstuin of een smalle strook dicht bij een gevel is deze cultivar daarom meestal minder geschikt.
Deze sierappel groeit het best in een voedselrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt en tegelijk goed afwatert. Vermijd zowel langdurig droge grond als standplaatsen waar water rond de wortels blijft staan. Op arme zandgrond helpt het om bij de aanplant organisch materiaal door de grond te mengen en tijdens droge perioden water te geven. Een zonnige plaats levert doorgaans de rijkste bloei en vruchtzetting op, al wordt halfschaduw verdragen.
'John Downie' kan matig gevoelig zijn voor appelschurft. Deze schimmel veroorzaakt donkere vlekken op het blad en kan ook de vruchten aantasten. Problemen komen vooral voor tijdens vochtige groeiseizoenen en op plaatsen waar het blad na regen langzaam opdroogt. Zorg daarom voor voldoende ruimte en luchtcirculatie rond de kroon. Verwijder sterk aangetast afgevallen blad om de infectiedruk voor het volgende groeiseizoen te beperken.