- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Zuilvorm
- MAGNOLIA GRANDIFLORA 'ALTA'
- Zuilvorm
Smalle, wintergroene magnolia
Magnolia grandiflora 'Alta' onderscheidt zich van de soort door zijn dichte, opgaande groei. De kroon ontwikkelt zich breed zuilvormig tot smal ovaal en wordt doorgaans 3 tot 5 meter hoog en 2 tot 3 meter breed. Daardoor vraagt deze cultivar minder ruimte dan de meestal breder groeiende Magnolia grandiflora.
De dikke, leerachtige bladeren zijn glanzend donkergroen en blijven ook in de winter aan de plant. Hun onderzijde is lichtbruin behaard. Van juni tot september kunnen grote, witte bloemen verschijnen. Ze verspreiden een duidelijke geur en steken sterk af tegen het donkere blad. Jonge planten bloeien niet noodzakelijk meteen; ook een koele zomer kan de bloei beperken.
Standplaats en bodem
'Alta' groeit in zon tot halfschaduw. Kies in België bij voorkeur een warme, beschutte standplaats, uit koude oostenwind en winterse tocht. De cultivar is behoorlijk winterhard, maar jonge planten en exemplaren op open locaties kunnen tijdens strenge vorst blad- of twijgschade oplopen.
De bodem mag zandig, lemig of kleihoudend zijn, op voorwaarde dat hij voldoende doorlatend en diep bewortelbaar is. Langdurig natte grond wordt slecht verdragen. Vermijd sterke snoei: door zijn natuurlijke, smalle kroonvorm volstaat het doorgaans om beschadigde of verkeerd geplaatste takken weg te nemen.
Magnolia grandiflora 'Alta' is op een geschikte standplaats doorgaans winterhard in België, maar verdient enige beschutting. Vooral jonge planten zijn gevoeliger voor strenge vorst en koude, uitdrogende oostenwind. Plant hem daarom bij voorkeur op een warme plaats bij een muur, haag of ander windscherm. Een goed doorlatende bodem is eveneens belangrijk, omdat natte wintergrond de gevoeligheid voor vorstschade verhoogt. Na schade aan blad of jonge twijgen kan de plant meestal opnieuw uitlopen, al kan het winterbeeld tijdelijk minder gaaf zijn.
'Alta' wordt onder Belgische omstandigheden doorgaans 3 tot 5 meter hoog en ongeveer 2 tot 3 meter breed. De uiteindelijke afmetingen hangen af van bodem, standplaats en beschutting. De kroon blijft breed zuilvormig tot smal ovaal en is daarmee duidelijk smaller dan die van de gewone Magnolia grandiflora. Houd desondanks voldoende afstand tot gevels en perceelsgrenzen, zodat de kroon zich zonder zware snoei kan ontwikkelen. Op een warme, voedselrijke standplaats kan de plant op termijn forser worden dan op een koelere of drogere groeiplaats.
Jonge planten hebben vaak enkele jaren nodig voordat ze bloemen vormen. Ook de hoeveelheid zomerwarmte speelt een rol: Magnolia grandiflora bloeit doorgaans rijker op een zonnige, warme en beschutte standplaats. Te diepe schaduw, droogtestress of een late vorstperiode kan de ontwikkeling vertragen. Sterke snoei is eveneens ongunstig, omdat daarbij bloemdragende scheuten verloren kunnen gaan. Geef de plant tijd om goed te wortelen en houd de bodem tijdens langdurige droge periodes gelijkmatig vochtig, zonder hem voortdurend nat te maken.
Ja, 'Alta' kan in halfschaduw groeien, maar een warme plek met voldoende licht bevordert een compacte groei en een betere bloei. Vermijd diepe schaduw en locaties waar de plant langdurig koud en vochtig blijft. Op hete, droge standplaatsen moet vooral een pas aangeplant exemplaar regelmatig water krijgen. Een plaats met ochtend- of avondzon en beschutting tegen koude wind is in België vaak geschikt. De bodem moet voldoende vocht vasthouden zonder dat er na regen langdurig water rond de wortels blijft staan.
Gewoonlijk niet. 'Alta' vormt van nature een dichte, opgaande en relatief smalle kroon. Beperk snoei tot het verwijderen van beschadigde, kruisende of sterk afwijkende takken. Indien correctie nodig is, gebeurt dit bij voorkeur beperkt en tijdens het voorjaar of de zomer. Zware snoei kan grote wonden veroorzaken en de natuurlijke kroonvorm verstoren. Controleer vóór de aanplant of er voldoende ruimte is voor een volwassen breedte van ongeveer 2 tot 3 meter; zo blijft regelmatige vormsnoei overbodig.