- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- LYSIMACHIA NUMMULARIA
- Bodembedekkers
Penningkruid (Lysimachia nummularia) is een zeer laagblijvende vaste plant die zich met kruipende, wortelende stengels uitbreidt. Het ronde, frisgroene blad vormt op vochtige grond vrij snel een gesloten tapijt. Van mei tot juli verschijnen gele bloemen tussen het blad.
Deze soort groeit het best in zon tot halfschaduw, op een bodem die voldoende vocht vasthoudt. Penningkruid is daardoor bruikbaar langs vijverranden, op vochtige oevers en als lage begroeiing in een niet te droge border. Langdurig droge grond remt de groei en past minder goed bij deze soort.
Houd rekening met de sterke uitbreidingsdrang. Waar penningkruid buiten zijn voorziene groeiplaats komt, kunnen de oppervlakkig wortelende uitlopers eenvoudig worden weggenomen of teruggesnoeid. Begrenzen is aangewezen naast minder groeikrachtige vaste planten.
Ja. Penningkruid maakt kruipende stengels die op de knopen kunnen wortelen en zo een steeds breder tapijt vormen. Op vochtige, voedselrijke grond kan de uitbreiding vrij snel gaan. Plant de soort daarom niet vlak naast kleine of traag groeiende vaste planten die gemakkelijk overgroeid raken. Ongewenste uitlopers liggen meestal oppervlakkig en kunnen met de hand worden verwijderd of worden teruggesnoeid. In een beperkte plantzone kan een fysieke begrenzing helpen om de groei onder controle te houden.
Ja. Een vochtige vijverrand of oever behoort tot de geschikte groeiplaatsen voor Lysimachia nummularia. De bodem mag vochtig tot nat zijn, zolang de plant niet permanent diep onder water staat. De kruipende stengels kunnen over de rand groeien en de overgang tussen border en water verzachten. Controleer de uitbreiding regelmatig, want op een gunstige oever kan penningkruid snel terrein innemen en minder groeikrachtige oeverplanten verdringen.
Penningkruid groeit zowel in zon als halfschaduw. In de zon is een voortdurend voldoende vochtige bodem belangrijk, zeker tijdens droge zomerperioden. Halfschaduw beperkt de verdamping en is daardoor vaak geschikter wanneer de grond minder constant vochtig blijft. De beschikbare hoeveelheid bodemvocht is bij deze soort doorgaans belangrijker dan het verschil tussen zon en halfschaduw. Een warme, droge standplaats geeft een minder gesloten begroeiing en past niet goed bij het natuurlijke groeigedrag.
Droge zandgrond is geen goede standplaats voor penningkruid. De soort groeit het krachtigst in grond die vocht vasthoudt en kan op uitdrogende bodem ijl worden of plaatselijk terugvallen. Op zandgrond kan de bodem met organisch materiaal worden verbeterd, maar tijdens droge perioden blijft dan extra water nodig. Kies voor een duurzaam resultaat bij voorkeur een van nature vochtige plek, bijvoorbeeld langs een vijver, in een vochtige border of op een plaats waar de bodem niet snel uitdroogt.
Controleer één of twee keer per groeiseizoen waar de kruipende stengels naartoe groeien. Trek uitlopers weg zodra ze buiten het voorziene plantvak komen of knip ze aan de rand terug. Omdat de stengels op verschillende plaatsen kunnen wortelen, moeten ook losgeraakte stukken worden verwijderd wanneer uitbreiding ongewenst is. Plaats penningkruid bij voorkeur naast voldoende groeikrachtige planten en niet tussen kleine rozetplanten. In een smalle border of langs bestrating kan een wortelbegrenzing het onderhoud beperken.