- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- LOBELIA CARDINALIS (SCHARLAKEN LOBELIA)
- Vaste planten
Scharlaken lobelia (Lobelia cardinalis) vormt rechtopstaande, bebladerde stengels met opvallende aren van scharlakenrode bloemen. De bloei valt hoofdzakelijk in de late zomer en kan bij gunstig weer tot het begin van de herfst aanhouden. De plant wordt doorgaans ongeveer 60 tot 100 cm hoog.
Deze bladverliezende vaste plant verlangt een humusrijke, voedselrijke bodem die tijdens de zomer niet uitdroogt. Een plaats in de zon geeft doorgaans de rijkste bloei, op voorwaarde dat de grond voldoende vochtig blijft. Halfschaduw wordt eveneens verdragen.
Lobelia cardinalis is vooral geschikt voor vijveroevers, moerastuinen en blijvend vochtige borders. Plant hem bij voorkeur in verzadigde oevergrond of ondiep aan de waterrand, niet in diep water. Op gewone tuingrond is regelmatige watervoorziening noodzakelijk.
Een beschutte standplaats helpt de plant door koude winters. Laat het afgestorven loof tijdens de winter staan en verwijder het in het voorjaar. Een mulchlaag rond de wortelzone kan extra bescherming bieden, maar voorkom dat de groeikroon onder een dikke, natte laag bedekt raakt.
Scharlaken lobelia wordt het veiligst geplant in verzadigde oevergrond of aan de ondiepe rand van een vijver. De wortelzone mag voortdurend nat zijn, maar diep en permanent onderdompelen is voor een tuinplant niet aangewezen. Plaats de groeikroon rond het waterniveau en controleer tijdens droge zomers of de oevergrond vochtig blijft. In een gewone border kan de soort eveneens groeien, zolang de bodem nooit volledig uitdroogt.
Een beperkte bloei is vaak het gevolg van te weinig licht, uitdroging of een voedselarme bodem. Kies een zonnige tot licht beschaduwde plaats en houd de grond tijdens het groeiseizoen voortdurend vochtig. Op een erg schaduwrijke standplaats worden de stengels doorgaans slapper en ontstaan minder bloemen. Ook een pas aangeplant exemplaar kan eerst energie besteden aan de beworteling voordat het rijker gaat bloeien.
De soort kan Belgische winters doorstaan, maar een beschutte standplaats is aangewezen. Vooral jonge planten en exemplaren in potten zijn kwetsbaarder tijdens strenge vorst. Laat het afgestorven loof in de winter staan en bescherm de wortelzone eventueel met een luchtige mulchlaag. Vermijd een kleine pot die volledig kan doorvriezen. In het voorjaar loopt de plant opnieuw uit vanuit de basis.
Dat kan wanneer de grond humusrijk en voortdurend vochtig blijft. Op droge zandgrond of een warme, snel uitdrogende standplaats groeit de plant minder goed en is veel extra water nodig. Een lage plek, regentuin of vochtige border is geschikter dan een verhoogd plantvak. Werk organisch materiaal door de bodem om het vochtvasthoudend vermogen te verbeteren, zonder de wortelzone volledig luchtdicht te maken.
Snoei is niet noodzakelijk voor de bloei. Uitgebloeide aren mogen worden verwijderd als uitzaaiing ongewenst is. Wie zaailingen wil, laat enkele bloemstengels staan tot het zaad rijp is. Het overige loof sterft in het najaar af en kan tijdens de winter blijven staan. Knip de oude stengels in het vroege voorjaar terug voordat de nieuwe scheuten verschijnen.