- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- LEUCANTHEMUM SUPERBUM 'CHRISTINE HAGEMANN'
- Vaste planten
Tuinmargriet Leucanthemum × superbum 'Christine Hagemann' onderscheidt zich door haar grote, halfgevulde witte bloemhoofdjes. De korte lintbloemen rond het kleine gele hart geven de bloemen een sterk gevulde, gelaagde vorm. De hoofdbloei valt doorgaans in augustus en september.
Deze bladverliezende vaste plant vormt een opgaande, bossige pol met donkergroen blad en wordt ongeveer 80 cm hoog. De stevige bloemstengels zijn geschikt voor een zonnige border en kunnen ook als snijbloem worden gebruikt.
'Christine Hagemann' groeit het best in de zon, maar verdraagt lichte halfschaduw. Kies een humusrijke, voldoende vochthoudende en goed doorlatende bodem. Langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, vergroot de kans op wortelproblemen.
Verwijder uitgebloeide stengels om de plant verzorgd te houden en verdere knopvorming te ondersteunen. Oudere pollen kunnen in het voorjaar worden gedeeld wanneer de groei of bloei terugloopt. Slakken kunnen vooral het jonge voorjaarsblad beschadigen.
De bloemen worden het best als halfgevuld tot sterk gevuld omschreven. Rond het kleine gele hart staan meerdere lagen witte lintbloemen, waardoor het bloemhoofd duidelijk voller oogt dan dat van een enkelbloemige tuinmargriet. Het gele centrum blijft doorgaans nog gedeeltelijk zichtbaar. De vulling kan per bloem en tijdens de ontwikkeling enigszins verschillen.
Ja, lichte halfschaduw is mogelijk, maar op een zonnige standplaats blijft de groei doorgaans steviger en is de bloei het rijkst. Vermijd diepe schaduw en een plek waar het blad na regen langdurig nat blijft. In halfschaduw is een luchtige standplaats met een goed doorlatende bodem belangrijk.
Slappe groei ontstaat vaak door te weinig licht, een te voedselrijke bodem of beschutting waardoor de stengels weinig stevigheid ontwikkelen. Plant 'Christine Hagemann' bij voorkeur zonnig en vermijd een overmatige stikstofbemesting. Op erg open plaatsen kan discrete ondersteuning nuttig zijn. Terugsnoeien of toppen in het voorjaar bevordert de vertakking, maar kan de bloei wat later laten beginnen.
Het verwijderen van uitgebloeide bloemstengels houdt de pol verzorgd en voorkomt dat de plant energie in zaadvorming steekt. Knip de stengel terug tot bij een lager blad of een nieuwe zijscheut. Dit kan de vorming van bijkomende bloemen ondersteunen, al hangt de duur van de nabloei ook af van het weer en de vochtvoorziening.
Een oudere pol wordt bij voorkeur vroeg in het voorjaar gedeeld, zodra de nieuwe groei begint. Graaf de plant uit, verwijder zwakke of afgestorven delen en herplant de vitale buitenste stukken in verbeterde, goed doorlatende grond. Delen is vooral nuttig wanneer het hart van de pol kaal wordt of wanneer de bloei na enkele jaren terugloopt.