- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- LEONTOPODIUM ALPINUM 'MONT BLANC'
- Vaste planten
Edelweiss (Leontopodium alpinum 'Mont Blanc') onderscheidt zich van de soort door zijn iets forsere groei en relatief grote bloemsterren. De compacte pollen worden ongeveer 20 tot 25 cm hoog. Zowel de smalle bladeren als de schutbladen rond de kleine bloemhoofdjes zijn bedekt met een opvallend zilvergrijs vilt.
De bloei valt doorgaans in juni en juli. Wat op witte bloemblaadjes lijkt, zijn in werkelijkheid wollige, stervormig gerangschikte schutbladen rond kleine geelachtige bloemhoofdjes.
Standplaats en bodem
'Mont Blanc' groeit het best in de volle zon, op een kalkhoudende tot neutrale, voedselarme en stenige bodem. Een scherpe drainage is belangrijker dan een rijke grond. Verwerk bij zware tuinbodem voldoende grof zand of grind en plant bij voorkeur iets verhoogd.
De plant is goed bestand tegen winterkou, maar verdraagt stilstaand wintervocht slecht. Daardoor past deze cultivar vooral in een rotstuin, een verhoogd plantvak, tussen stapstenen of in een pot met een mineraal en goed doorlatend substraat. Laat potten tijdens natte winters niet langdurig doorweekt staan.
De zilverwitte ster bestaat niet uit gewone bloemblaadjes, maar uit wollig behaarde schutbladen. Die staan rond een groep kleine, geelachtige bloemhoofdjes. Dezelfde viltige beharing komt ook op het blad voor en geeft de plant zijn kenmerkende zilvergrijze uitzicht. Bij 'Mont Blanc' zijn deze bloemsterren relatief groot, waardoor de cultivar duidelijker en forser oogt dan de gewone soort.
Dat kan alleen wanneer de bodem zeer goed afwatert. Op lichte, stenige of kalkhoudende grond groeit deze edelweiss doorgaans het best. Zware klei en verdichte grond houden tijdens de winter te veel water vast, waardoor de wortels kunnen wegrotten. Plant op zulke bodems verhoogd en meng grof zand of fijn grind door de grond. Een zonnige rotstuin of verhoogd plantvak biedt meestal de betrouwbaarste omstandigheden.
Meestal is niet de vorst maar een combinatie van koude en natte grond de oorzaak. Edelweiss is aangepast aan stenige bergbodems waar overtollig water snel wegzakt. In zware of langdurig verzadigde grond kunnen de wortels en het hart van de plant rotten. Zorg daarom voor een minerale bodem, een open standplaats en een verhoogde plantpositie. Vermijd ook een dikke, vochtvasthoudende mulchlaag rond de pol.
Ja, mits de pot ruime drainagegaten heeft en gevuld wordt met een luchtig, mineraal substraat. Meng potgrond met grof zand, grit of fijn grind en laat geen water in een onderschaal staan. Geef tijdens de groei matig water, maar laat het substraat niet voortdurend nat blijven. Zet de pot tijdens langdurige winterregen bij voorkeur op een beschutte, luchtige plaats zonder de plant warm te overwinteren.
Een ingrijpende snoei is niet nodig. Uitgebloeide bloemstengels mogen na de bloei tot bij de pol worden verwijderd. Dit houdt de compacte plant netjes en voorkomt dat afgestorven stengels tijdens nat weer op het hart blijven liggen. Laat het lage, viltige blad ongemoeid zolang het gezond is. Verwijder in het voorjaar alleen afgestorven of door vocht aangetaste delen.