- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- LAVATERA OLBIA 'ROSEA'
- Bladverliezend
Struikmalva (Lavatera olbia 'Rosea') vormt een bossige, opgaande struik van ongeveer 1,5 tot 2 meter hoog. De roze, trechtervormige bloemen verschijnen van juni tot september tussen het grijsgroene, gelobde blad. Door de krachtige groei krijgt de plant vooral ruimte achteraan in een border of als afzonderlijke struik.
Een zonnige en beschutte standplaats geeft de rijkste bloei. De bodem mag vrij droog zijn, maar moet vooral goed doorlatend blijven. Aanhoudend natte grond tijdens de winter verhoogt de kans op wortelproblemen en vorstschade.
'Rosea' is slechts matig winterhard in België. Bescherm de plantvoet met een luchtige laag bladeren of ander afdekmateriaal en vermijd een koude, open standplaats. Bovengrondse delen kunnen tijdens een strenge winter invriezen.
Snoei pas in het voorjaar, wanneer de zwaarste vorst voorbij is. Een stevige terugsnoei bevordert nieuwe scheuten vanuit de basis en helpt de struik compact en bloeirijk te houden.
Deze struikmalva is slechts matig winterhard. Op een beschutte plaats met goed doorlatende grond kan hij zachte winters doorstaan, maar bij langdurige of strenge vorst kunnen de takken sterk invriezen. Dek de plantvoet in het najaar af met een luchtige laag bladeren of ander isolerend materiaal. Vooral de combinatie van koude en natte grond is ongunstig. Wacht in het voorjaar af welke scheuten opnieuw uitlopen voordat u vorstschade volledig wegknipt.
Snoei 'Rosea' bij voorkeur in maart of april, nadat de zwaarste vorst voorbij is. De struik bloeit op jonge scheuten en mag daarom in het voorjaar stevig worden teruggenomen. Verwijder eerst dood of ingevroren hout en kort de overige takken sterk in, met behoud van enkele gezonde knoppen aan de basis. Dit stimuleert een bossige groei en voorkomt dat de struik onderaan kaal wordt. Een zware snoei in het najaar maakt de plant kwetsbaarder tijdens koude perioden.
Ja, zodra de plant goed is ingeworteld verdraagt hij een vrij droge bodem. Een lichte, goed doorlatende grond is geschikter dan zware grond waarin in de winter water blijft staan. Geef tijdens het eerste groeiseizoen en bij langdurige zomerdroogte wel water, zodat de wortelkluit niet volledig uitdroogt. Op natte kleigrond is bodemverbetering of een iets verhoogde plantplaats aangewezen. Een zonnige ligging ondersteunt zowel de groei als de bloemvorming.
De plant kan lichte halfschaduw verdragen, maar bloeit doorgaans rijker en groeit steviger op een zonnige plaats. Vermijd vooral diepe schaduw en locaties waar het blad na regen lang nat blijft. Een standplaats met meerdere uren directe zon, beschut tegen koude wind, biedt de beste combinatie van bloei en winteroverleving. In halfschaduw kan de groei losser worden en blijft het aantal bloemen mogelijk beperkter.
Reken voor een volwassen struik op ongeveer 1,5 tot 2 meter hoogte en voldoende ruimte voor een brede, bossige groei. In een kleinere tuin kan de plant als afzonderlijke struik worden gebruikt, op voorwaarde dat hij jaarlijks in het voorjaar wordt teruggesnoeid. In een gemengde border staat hij het best achteraan, zodat de krachtige zomergroei lagere planten niet verdringt. Plaats hem niet te dicht tegen andere struiken; voldoende lucht en licht bevorderen een gelijkmatige groei.