- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- LAVANDULA ANGUSTIFOLIA 'BOWLES EARLY' (BOWLES VARI
- Vaste planten
Echte lavendel Lavandula angustifolia 'Bowles Early' onderscheidt zich door zijn vroege bloei en compacte, opgaande groei. De zachtviolette tot violetblauwe bloemen staan in stevige aren boven het grijze, enigszins wollige blad. Zowel het blad als de bloemen verspreiden de kenmerkende lavendelgeur.
Deze cultivar groeit het best in volle zon en op een droge tot matig vochtige bodem die snel overtollig water afvoert. Vooral tijdens de winter kan natte grond wortel- en taksterfte veroorzaken. Zware kleigrond is alleen geschikt wanneer de structuur en afwatering grondig worden verbeterd.
Knip de plant in het voorjaar terug zonder tot in het kale, oude hout te snoeien. Door na de bloei de uitgebloeide aren en een klein deel van de jonge scheuten weg te nemen, blijft de struik compacter. De bloemen trekken bijen en andere bestuivende insecten aan.
'Bowles Early' begint relatief vroeg te bloeien en vormt een compacte, bossige halfheester. Kenmerkend zijn de dikke bloemaren met zachtviolette tot violetblauwe bloemen en het grijze, enigszins wollige blad. De cultivar is daardoor vooral geschikt voor zonnige plantvakken, lage randen en kruidentuinen waar een vroege lavendelbloei gewenst is. De uiteindelijke groei blijft overzichtelijk, maar voldoende ruimte en lucht rond de plant helpen om het blad na regen snel te laten opdrogen.
Alleen wanneer de afwatering duidelijk wordt verbeterd. Lavendel verdraagt winterse nattigheid slecht; op zware, dichtgeslagen klei kan water te lang rond de wortels blijven staan. Plant bij voorkeur iets verhoogd en werk grof mineraal materiaal door de bodem wanneer dat nodig is voor een betere structuur. Een zonnige helling of verhoogd plantvak is geschikter dan een laaggelegen, natte plek. Voeg niet zomaar een kleine hoeveelheid zand aan zware klei toe, want dat levert niet noodzakelijk een voldoende doorlatende bodem op.
Snoei in het voorjaar zodra de sterkste vorst voorbij is en nieuwe groei zichtbaar wordt. Kort de groene scheuten terug, maar laat altijd voldoende jong, bebladerd hout staan. Lavendel loopt doorgaans slecht opnieuw uit vanuit volledig kaal, oud hout. Na de bloei kunnen de uitgebloeide aren samen met een klein deel van de jonge groei worden weggeknipt. Die tweede, lichte snoei beperkt het openvallen en helpt de compacte vorm te behouden. Snoei niet zwaar in het najaar, omdat jonge snoeiwonden dan gevoeliger zijn voor winterse nattigheid en vorst.
De aromatische bloemen en jonge bladpunten kunnen in kleine hoeveelheden culinair worden gebruikt, bijvoorbeeld in kruidenmengsels, gebak of kruidenboter. De smaak is krachtig en kan snel overheersen, waardoor een beperkte dosering aangewezen is. Gebruik uitsluitend plantendelen van exemplaren die niet met ongeschikte gewasbeschermingsmiddelen zijn behandeld. Voor de meeste gerechten worden vooral de bloemen gebruikt. Wie lavendel hoofdzakelijk als keukenkruid teelt, plant hem best op een zonnige, droge plaats waar het aroma zich goed kan ontwikkelen.
Bruine takken na de winter worden vaak veroorzaakt door een combinatie van vocht, vorst en onvoldoende doorlatende grond. Lavendel verdraagt koude beter wanneer de wortelzone droog blijft. Ook een te zware snoei in het najaar kan schade versterken. Wacht in het voorjaar tot nieuwe groei zichtbaar wordt voordat u beoordeelt welke takken afgestorven zijn. Knip beschadigde delen terug tot boven levend, groen hout. Blijft de bodem langdurig nat, dan is verplanten naar een zonnigere, verhoogde of beter gedraineerde plek doorgaans zinvoller dan herhaald terugsnoeien.