Lamium orvala onderscheidt zich van de lage, kruipende dovenetels door zijn forse, polvormende groei. De plant vormt stevige, opgaande stengels met groot, donkergroen blad en wordt doorgaans ongeveer 50 tot 80 cm hoog.
In mei en juni staan roze tot purperroze lipbloemen in kransen langs de stengels. Ze worden bezocht door bijen en andere bestuivende insecten. Na de bloei blijft vooral het grove blad bepalend voor het beeld.
Deze dovenetel groeit het best in halfschaduw, maar verdraagt ook schaduw. Kies een humusrijke, voedzame bodem die voldoende vocht vasthoudt zonder langdurig nat te blijven. Op droge grond kan het blad tijdens warme zomerperioden vroeg achteruitgaan.
Lamium orvala is goed winterhard in België. Het bovengrondse deel sterft in de winter af en loopt in het voorjaar opnieuw uit. De afgestorven stengels kunnen tegen het einde van de winter worden verwijderd.