- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- LAGERSTROEMIA INDICA 'TUSKEGEE'
- Bladverliezend
Donker rozerode bloei in de late zomer
Indische sering 'Tuskegee' is een breed groeiende struik tot kleine boom. De donker rozerode, gekroesde bloemen verschijnen doorgaans in augustus en september. Een warme, zonnige zomer bevordert een rijke bloei, maar deze cultivar kan ook tijdens minder warme zomers tot bloei komen.
Het groene blad krijgt in de herfst oranje tot rode tinten. Ook buiten de bloeiperiode heeft de plant sierwaarde door de gladde schors, die grijsbruine en lichtere vlekken vertoont. Zonder regelmatige snoei kan 'Tuskegee' op termijn ongeveer 4 tot 6 meter hoog worden en een brede kroon vormen.
Standplaats en verzorging
Plant Lagerstroemia 'Tuskegee' in de volle zon, bij voorkeur tegen een warme en beschutte achtergrond. De bodem moet goed doorlatend zijn; langdurig natte grond tijdens de winter verhoogt het risico op wortelschade. Een gevestigde plant verdraagt tijdelijke droogte beter dan aanhoudende bodemvochtigheid.
In België is een beschutte standplaats belangrijk, vooral voor jonge planten. Bescherm de wortelzone tijdens de eerste winters met een mulchlaag en vermijd een koude, open plaats. Snoei alleen wanneer de vorm moet worden gecorrigeerd. Sterke of late snoei kan de ontwikkeling van de zomerbloei vertragen.
'Tuskegee' heeft een goede weerstand tegen meeldauw. Dat is vooral van belang tijdens warme zomers, wanneer gevoelige Lagerstroemia-cultivars sneller een witte schimmellaag op het blad kunnen ontwikkelen.
'Tuskegee' kan in België tot bloei komen, maar de standplaats bepaalt mee hoe rijk en hoe vroeg dat gebeurt. Kies een plek in de volle zon, beschut tegen koude wind en bij voorkeur nabij een muur die warmte vasthoudt. De donker rozerode bloemen verschijnen meestal in augustus en september. Na een koele zomer kan de bloei later beginnen of minder uitbundig zijn. Een te schaduwrijke standplaats en een overmatige stikstofbemesting stimuleren vooral bladgroei en kunnen de bloei beperken.
Een gevestigde 'Tuskegee' kan op een warme, beschutte standplaats in de volle grond Belgische winters doorgaans doorstaan. Jonge planten zijn gevoeliger en krijgen tijdens de eerste winters het best een beschermende mulchlaag rond de wortelzone. Vermijd natte wintergrond en koude, open locaties. In een pot is de wortelkluit aanzienlijk kwetsbaarder voor vorst dan in volle grond; bescherm de pot daarom zorgvuldig of overwinter hem op een koele, beschutte plaats.
Zonder sterke snoei ontwikkelt 'Tuskegee' zich tot een brede struik of kleine boom van ongeveer 4 tot 6 meter hoog. De uiteindelijke omvang hangt af van de standplaats, bodem en winteromstandigheden. De cultivar groeit vaak met meerdere stammen, maar kan ook als kleine boom worden opgekweekt. Houd rekening met voldoende ruimte in de breedte. Op minder warme standplaatsen blijft de plant doorgaans kleiner en verloopt de ontwikkeling trager.
Snoei 'Tuskegee' alleen wanneer dit nodig is om beschadigde takken te verwijderen of de vorm te corrigeren. Dat gebeurt bij voorkeur aan het einde van de winter, vóór de nieuwe groei begint. De bloemen ontstaan op jonge scheuten, maar een zware jaarlijkse snoei is niet noodzakelijk. Sterk terugsnoeien veroorzaakt lange nieuwe scheuten en kan de bloei in een koelere zomer vertragen. Voor een natuurlijke meerstammige vorm volstaat doorgaans een beperkte uitdunning.
'Tuskegee' heeft een goede weerstand tegen echte meeldauw en is op dit vlak betrouwbaarder dan verschillende oudere Lagerstroemia-selecties. De ziekte kan zich tonen als een witte, poederachtige laag op blad en jonge scheuten. Ook bij een resistente cultivar blijven een zonnige standplaats, voldoende luchtcirculatie en een evenwichtige bemesting belangrijk. Vermijd overmatige stikstofbemesting, omdat die zachte, gevoelige groei veroorzaakt. Volledige ongevoeligheid kan onder ongunstige omstandigheden niet worden gegarandeerd.