- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- INCARVILLEA DELAVAYI
- Vaste planten
Tuingloxinia (Incarvillea delavayi) vormt een pol van diep ingesneden, groen blad met een varenachtig uiterlijk. In mei, juni en juli verschijnen stevige bloemstelen met grote, donkerroze trompetbloemen en een contrasterende gele keel. De plant wordt doorgaans 50 tot 60 cm hoog.
Een zonnige standplaats en een voedzame, goed doorlatende tuingrond geven het beste resultaat. Vooral tijdens de winter is drainage belangrijk: in langdurig natte grond kan de plant wegvallen. Het bovengrondse gedeelte sterft in de winter af en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
Verwijder uitgebloeide bloemstelen om de vorming van nieuwe bloemen te bevorderen. Tuingloxinia komt het best tot zijn recht in een zonnige border of in een groep tussen andere vaste planten die eveneens geen natte wintergrond verdragen.
Incarvillea delavayi kan in België overwinteren wanneer hij op een beschutte plaats in goed doorlatende grond staat. Wintervocht vormt doorgaans een groter risico dan lage temperaturen. Op zware of langdurig natte grond kan de wortel tijdens de rustperiode rotten. Verbeter de drainage vóór het planten en vermijd plaatsen waar in de winter water blijft staan. Een luchtige winterbedekking met droog blad kan op koudere locaties extra bescherming bieden, maar mag de bodem niet afsluiten of vochtig houden.
De meest waarschijnlijke oorzaak is een te natte bodem tijdens de winter. Tuingloxinia sterft bovengronds volledig af, maar de ondergrondse delen moeten gezond blijven om in het voorjaar opnieuw uit te lopen. In compacte grond of op een plaats met stilstaand water kunnen deze delen rotten. Plant daarom in goed doorlatende grond en kies geen laaggelegen plek. Houd er ook rekening mee dat de nieuwe scheuten pas in het voorjaar zichtbaar worden; markeer de standplaats zodat ze niet per ongeluk worden beschadigd.
Een zonnige standplaats is de veiligste keuze voor een goede groei en bloei. Combineer voldoende zon met een voedzame bodem die overtollig water snel afvoert. De drainage blijft vooral in de winter doorslaggevend. Een droge, arme bodem is daarom niet automatisch geschikt: de plant groeit beter in goede tuingrond die tijdens het groeiseizoen voldoende vocht en voeding bevat, maar nooit langdurig nat blijft.
Ja. Snijd uitgebloeide bloemstelen weg zodra de bloemen verwelkt zijn. Daarmee wordt de energie niet onmiddellijk naar zaadvorming gestuurd en kan de bloeiperiode langer aanhouden. Verwijder alleen de bloemstelen; het groene blad blijft nodig om reserves op te bouwen voor het volgende groeiseizoen. Laat het loof na de bloei daarom staan tot het vanzelf afsterft.
Tuingloxinia verdwijnt tijdens de winter volledig bovengronds en loopt in het voorjaar opnieuw uit. Daardoor kan de plant aanvankelijk verloren lijken, terwijl hij nog in rust is. Maak de grond boven de plant in het vroege voorjaar niet diep los en wacht met verwijderen tot duidelijk is dat er geen nieuwe scheuten verschijnen. Een plantenlabel helpt om de rustende plant niet te beschadigen bij het voorjaarswerk in de border.