- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- IBERIS SEMPERVIRENS 'MASTERPIECE'
- Bodembedekkers
Scheefkelk (Iberis sempervirens 'Masterpiece') vormt een laag, dicht en spreidend kussen van donkergroene bladeren. Brede, platte trossen met helderwitte bloemen bedekken het loof tijdens de hoofdbloei in het voorjaar en de vroege zomer. Onder gunstige omstandigheden kan de plant daarna in meerdere golven doorbloeien.
Door zijn compacte groei is deze cultivar geschikt voor de voorrand van een border, een rotstuin, een stapelmuur of een groep lage bodembedekkers. Het blad blijft doorgaans ook tijdens de winter aanwezig, al kan het na strenge vorst of langdurig nat weer minder gaaf ogen.
'Masterpiece' groeit het best in de zon, maar verdraagt ook halfschaduw. Een goed doorlatende bodem is belangrijker dan een voedselrijke grond. Kalkhoudende, stenige en eerder droge grond wordt goed verdragen zodra de plant is ingeworteld. Vermijd plaatsen waar in de winter water blijft staan, omdat dit wortelproblemen kan veroorzaken en de winterhardheid vermindert.
Na de hoofdbloei kan de plant licht worden teruggeknipt. Dit houdt het kussen compact en kan een nieuwe bloeigolf stimuleren. Knip niet diep terug tot in oud, kaal hout.
De rijkste bloei valt doorgaans in het voorjaar en de vroege zomer. Daarna kan 'Masterpiece' nieuwe bloemen vormen, vooral wanneer uitgebloeide bloemtrossen tijdig worden verwijderd en de plant niet langdurig uitdroogt. De duur en rijkdom van deze nabloei hangen af van standplaats, bodemvocht en weersomstandigheden. Een ononderbroken bloei tot diep in het najaar kan daarom niet worden gegarandeerd. Op een zonnige plaats met doorlatende grond is de kans op herhaalde bloeigolven het grootst.
Alleen wanneer de kleigrond voldoende doorlatend is. Scheefkelk verdraagt geen bodem waarin tijdens de winter langdurig water blijft staan. Op zware klei kan de plant daarom beter iets verhoogd worden aangeplant, met grind of ander grof mineraal materiaal door de bovenlaag. Het toevoegen van enkel fijne compost verhelpt een slechte afwatering niet. Op een helling, verhoogde border of stenige bodem zijn de omstandigheden doorgaans geschikter dan in een lage, natte plek.
Knip de plant na de hoofdbloei licht terug en verwijder daarbij de uitgebloeide bloemtrossen. Zo blijft het bladerdek compact en wordt de vorming van nieuwe scheuten gestimuleerd. Een lichte snoei kan bovendien een latere bloeigolf bevorderen. Snoei niet diep in oude, kale of sterk verhoute stengels, omdat scheefkelk daar minder betrouwbaar uitloopt. Beschadigd blad kan na de winter voorzichtig worden weggeknipt zodra nieuwe groei zichtbaar wordt.
Ja, op voorwaarde dat overtollig water snel uit de pot kan wegvloeien. Gebruik een pot met ruime afvoergaten en een luchtig, mineraal substraat. Laat de kluit tijdens het groeiseizoen niet volledig uitdrogen, maar vermijd voortdurend natte potgrond. In een pot zijn de wortels gevoeliger voor vorst dan in de volle grond. Zet de pot daarom tijdens strenge vorst beschut en zorg vooral dat de kluit in de winter niet langdurig nat blijft.
Het blad is wintergroen en blijft in een normale Belgische winter doorgaans aan de plant. Na strenge vorst, koude wind of langdurige winterse nattigheid kan het loof tijdelijk verkleuren of beschadigd raken. Dat betekent niet noodzakelijk dat de plant verloren is. Wacht tot het voorjaar en verwijder pas dan beschadigde delen, zodra zichtbaar wordt waar nieuwe scheuten ontstaan. Een zonnige, goed doorlatende standplaats helpt om het wintergroene karakter zo goed mogelijk te behouden.