- Alle producten
- Sierplanten
- Klimplanten
- HUMULUS LUPULUS
- Klimplanten
Hop (Humulus lupulus) is een krachtige klimplant met windende stengels en grof gelobde, groene bladeren. De jonge scheuten groeien ieder voorjaar opnieuw vanuit de ondergrondse wortelstok. Met geschikte ondersteuning kan de plant in één groeiseizoen meerdere meters hoog worden.
Hop is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op afzonderlijke planten. Alleen vrouwelijke exemplaren ontwikkelen de bekende hopbellen. Omdat bij onbenoemde zaailingen het geslacht vooraf niet altijd vaststaat, mag de vorming van hopbellen niet als vanzelfsprekend worden beschouwd.
Een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats met een voedselrijke, vochthoudende maar voldoende doorlatende bodem geeft de sterkste groei. Langdurig droge grond remt de ontwikkeling. Voorzie stevige draden, gaas of een pergola waar de stengels zich omheen kunnen winden.
De bovengrondse delen sterven in het najaar af. Knip de afgestorven stengels tegen het einde van de winter terug tot bij de grond. De wortelstok kan na verloop van tijd uitlopers vormen; verwijder deze wanneer de plant binnen een beperkte ruimte moet blijven.
Ja. Hop slingert zijn stengels om draden, gaas, smalle latten of takken, maar hecht zich niet zelfstandig aan een vlakke muur. Voorzie daarom een stevige, bij voorkeur verticale klimhulp. Een pergola, draadsysteem of open afsluiting is geschikt. Houd rekening met de sterke seizoensgroei en kies materiaal dat meerdere meters lange stengels kan dragen. In het voorjaar kunnen de jonge scheuten naar de ondersteuning worden geleid; daarna klimmen ze doorgaans zelfstandig verder.
Nee. Hop is tweehuizig, wat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op afzonderlijke planten voorkomen. Alleen vrouwelijke planten vormen hopbellen. Een mannelijke plant is niet nodig om de bellen zelf te laten ontstaan, maar wel voor zaadvorming. Bij een plant waarvan het geslacht niet als vrouwelijk is opgegeven, kan de aanwezigheid van hopbellen daarom niet worden gegarandeerd. Wie hop voor het brouwen wil telen, kiest beter een benoemde vrouwelijke brouwhopcultivar met bekende eigenschappen.
Ja. Humulus lupulus vormt een blijvende ondergrondse wortelstok waaruit nieuwe scheuten kunnen verschijnen. Op voedselrijke, voldoende vochtige grond kan de plant zich daardoor geleidelijk verbreden. Controleer de groeiplaats jaarlijks en steek ongewenste uitlopers weg voordat ze zich verder ontwikkelen. Plaats hop niet vlak naast kwetsbare, traag groeiende planten. Bovengronds kan hij andere beplanting snel overgroeien, waardoor tijdig leiden en zo nodig uitdunnen aangewezen is.
Knip de afgestorven stengels aan het einde van de winter terug tot dicht bij de grond, voordat de nieuwe scheuten krachtig beginnen te groeien. Hop overwintert ondergronds en bouwt ieder voorjaar een volledig nieuw stelsel van ranken op. Terugsnoeien beperkt de uiteindelijke groeikracht niet, maar maakt de klimhulp vrij voor de nieuwe stengels. Verwijder tegelijk zwakke of ongewenste scheuten en leid enkele krachtige jonge ranken langs de voorziene ondersteuning.
De hopbellen van vrouwelijke planten bevatten aromatische en bittere bestanddelen die bij het brouwen worden gebruikt. Bij gewone Humulus lupulus zonder cultivarnaam zijn aroma, bitterheid en opbrengst echter niet voorspelbaar. Bovendien vormt een mannelijk exemplaar geen hopbellen. Voor siergebruik volstaat de soort, maar voor een betrouwbaar brouwresultaat is een benoemde vrouwelijke brouwhopcultivar geschikter. Daarbij zijn de eigenschappen van de bellen en doorgaans ook het geslacht vooraf bekend.