- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- HOUSTONIA CAERULEA 'MILLARD'S VARIETY'
- Bodembedekkers
Porseleinsterretje (Houstonia caerulea 'Millard's Variety') vormt een laag tapijt van fijne, groene blaadjes. In april en mei verschijnen talrijke kleine, blauwviolette sterbloemen met een geel oog. De bloei kan bij gunstig voorjaarsweer tot in juni aanhouden.
Deze compacte vaste plant past vooral in een frisse rotstuin, tussen stenen of vooraan in een lage border. De bodem mag vochthoudend zijn, maar moet overtollig water snel afvoeren. Een zure tot neutrale grond heeft de voorkeur; kalkrijke grond en langdurige droogte worden minder goed verdragen.
Een plaats in de zon of lichte halfschaduw is geschikt. Vermijd sterk opwarmende, droge plekken en winterse nattigheid. Het fijne blad kan tijdens zachte winters gedeeltelijk behouden blijven. Verouderde of beschadigde delen kunnen in het voorjaar voorzichtig worden verwijderd.
Kalkrijke grond is voor deze cultivar minder geschikt. Porseleinsterretje groeit het best in een zure tot neutrale bodem. Wie op kalkhoudende tuingrond plant, kan beter een afzonderlijk plantvak of een ruime pot gebruiken met kalkarme grond en niet-kalkhoudend drainagemateriaal. Ook kalkrijk gietwater kan de bodemreactie op termijn beïnvloeden. Bij twijfel over de bodem is een eenvoudige pH-meting nuttig voordat de plant wordt aangeplant.
Nee, langdurig droge grond is niet geschikt. De bodem blijft bij voorkeur fris tot matig vochtig, zonder drassig te worden. Vooral een zonnige rotstuin kan in de zomer snel uitdrogen en sterk opwarmen. Geef tijdens langere droge perioden tijdig water, zeker zolang de plant nog niet goed is ingeworteld. Een goed doorlatende bodem blijft noodzakelijk, want stilstaand wintervocht kan eveneens tot uitval leiden.
Ja. Door de lage groei is 'Millard's Variety' geschikt voor een alpine bak of lage pot. Gebruik een kalkarm substraat dat vocht vasthoudt maar tegelijk goed draineert. De pot mag niet langdurig in een onderschaal met water staan. Controleer tijdens warme perioden regelmatig het bodemvocht, omdat het beperkte grondvolume snel uitdroogt. Een plaats met ochtendzon of lichte halfschaduw voorkomt dat het wortelmilieu te sterk opwarmt.
Deze cultivar groeit met kruipende stengels en korte uitlopers uit tot een lage zode. Hij vormt daardoor eerder een fijn tapijt dan een hoge pol. De uitbreiding verloopt het best in lichte, humusrijke grond die fris en goed doorlatend blijft. Oudere matjes kunnen in het voorjaar voorzichtig worden gedeeld. De afzonderlijke delen worden meteen opnieuw geplant en tijdens het inwortelen gelijkmatig vochtig gehouden.
Het fijne blad kan in een zachte winter gedeeltelijk groen blijven, maar het winterbeeld hangt af van vorst, vocht en standplaats. Na een koude of natte winter kan een deel van het loof beschadigd zijn. Verwijder afgestorven delen pas in het voorjaar, zodra de nieuwe groei zichtbaar wordt. Een goed doorlatende bodem helpt om winterse uitval te beperken.