- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- HOSTA MONTANA 'AUREOMARGINATA'
- Vaste planten
Hosta montana 'Aureomarginata' vormt een grote, opgaande pol met forse, puntige bladeren. Het donkergroene blad heeft diep ingesneden nerven en een brede, onregelmatige goudgele rand. Door de vaasvormige groei blijft het blad duidelijk opgericht.
Een volwassen plant wordt ongeveer 70 cm hoog en kan ruim 1 meter breed worden. In juli verschijnen licht lavendelkleurige bloemen op stelen die tot ongeveer 1 meter hoog reiken.
Deze cultivar loopt opvallend vroeg uit. Het jonge blad kan daardoor schade oplopen bij late nachtvorst. Tijdelijke bescherming met vliesdoek is aangewezen wanneer na het uitlopen nog vorst wordt voorspeld.
Plant deze hosta in halfschaduw of lichte schaduw, bij voorkeur in een humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Ochtendzon wordt doorgaans verdragen en kan de gele bladrand ondersteunen. Bescherming tegen felle middagzon beperkt het risico op bladverbranding. Slakken kunnen het jonge en volgroeide blad beschadigen, vooral op vochtige en sterk gemulchte plaatsen.
Een volwassen Hosta montana 'Aureomarginata' wordt ongeveer 70 cm hoog en kan ruim 1 meter breed worden. De bloemstelen bereiken doorgaans ongeveer 1 meter. Geef de plant daarom voldoende ruimte en zet hem niet te dicht naast trager groeiende vaste planten. De uiteindelijke omvang hangt mede af van de bodem, vochtvoorziening en ouderdom. Op een humusrijke, gelijkmatig vochtige standplaats ontwikkelt de cultivar na enkele jaren zijn kenmerkende brede, opgaande pol.
Deze cultivar behoort tot de hosta's die vroeg in het voorjaar uitlopen. De jonge bladeren kunnen daardoor al zichtbaar zijn wanneer in België nog late nachtvorst voorkomt. Vorstschade uit zich meestal als doorschijnende, bruine of misvormde plekken in het blad. Dek de jonge scheuten tijdelijk af met vliesdoek wanneer nachtvorst wordt voorspeld. Een plaats waar de bodem in het voorjaar niet te snel opwarmt, kan het uitlopen enigszins vertragen.
Ochtendzon of gefilterd zonlicht wordt doorgaans goed verdragen, mits de bodem voldoende vochthoudend is. Enig licht helpt om de goudgele bladrand duidelijk te laten uitkomen. Felle middagzon, vooral in combinatie met droge grond, kan bleke of bruine bladranden veroorzaken. Kies daarom bij voorkeur een plaats in halfschaduw of lichte schaduw. Op een zonnigere standplaats is een gelijkmatige vochtvoorziening belangrijker, zonder dat de wortels langdurig in natte grond staan.
Ja, slakken kunnen gaten vreten in het grote blad, vooral kort na het uitlopen. Controleer de plant vanaf het vroege voorjaar en verwijder schuilplaatsen zoals dikke lagen grof, vochtig plantenafval vlak rond de pol. Een luchtige standplaats en een open bodemoppervlak maken de omgeving minder aantrekkelijk voor slakken. Ruim afgestorven bladeren in de winter op, omdat daar eitjes en jonge slakken tussen kunnen overwinteren. Volledig voorkomen is moeilijk tijdens langdurig nat weer.
Delen kan het best in het voorjaar, zodra de nieuwe scheuten zichtbaar worden, of in het vroege najaar wanneer de bodem nog warm is. Graaf de pol uit en verdeel hem in stevige stukken met meerdere groeipunten en voldoende wortels. Plant de delen meteen opnieuw op dezelfde diepte en geef ruim water. Omdat deze cultivar een grote pol vormt, is delen vooral nuttig wanneer hij te breed wordt of wanneer u hem wilt vermeerderen; regelmatig delen is niet noodzakelijk.