- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- HOSTA SIEBOLDIANA 'FRANCES WILLIAMS'
- Vaste planten
Hosta sieboldiana 'Frances Williams' onderscheidt zich door haar grote, dikke en sterk gerimpelde bladeren. Het blad is blauwgroen berijpt en heeft een brede, onregelmatige geelgroene rand. De forse bladstructuur geeft deze cultivar een duidelijk herkenbaar karakter in beschaduwde borders.
Een volwassen plant wordt doorgaans 60 tot 70 cm hoog en kan ongeveer één meter breed worden. In juni en juli verschijnen bloemstengels boven het blad. Het loof sterft in het najaar volledig af en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
Standplaats en bodem
Deze hartlelie groeit het best in halfschaduw tot schaduw, op een voedzame en vochthoudende maar voldoende doorlatende bodem. Vooral de lichte bladrand is gevoelig voor verschroeiing. Een plaats met felle middagzon of een bodem die in de zomer langdurig uitdroogt, is daarom minder geschikt.
Voorzie voldoende ruimte zodat de brede pol zich kan ontwikkelen. Onder bladverliezende heesters of bomen is concurrentie om water een aandachtspunt. Geef tijdens droge perioden water wanneer de bodem daar snel uitdroogt.
Onderhoud en aandachtspunten
Verwijder het afgestorven blad in het late najaar of vroege voorjaar. Een laag bladcompost helpt om het bodemvocht beter vast te houden. Slakken kunnen vooral het jonge, uitlopende blad beschadigen. Tijdige controle in het voorjaar voorkomt dat het blad al vroeg sterk wordt aangevreten.
De geelgroene bladrand van 'Frances Williams' kan verschroeien door een combinatie van felle zon, warmte en een te droge bodem. Vooral middagzon verhoogt het risico. Plant deze cultivar daarom bij voorkeur in halfschaduw tot schaduw en houd de grond tijdens droge perioden gelijkmatig vochtig. Ook onder bomen kan uitdroging optreden doordat de boomwortels veel water opnemen. Een laag bladcompost beperkt verdamping, maar de bodem moet wel voldoende doorlatend blijven.
Een goed ontwikkelde plant wordt doorgaans ongeveer 60 tot 70 cm hoog. De pol breidt zich geleidelijk uit en kan na enkele jaren een doorsnede van ongeveer één meter bereiken. Houd bij het planten daarom voldoende afstand tot naburige vaste planten. De uiteindelijke omvang hangt mede af van de bodem, de vochtvoorziening en de beschikbare ruimte. Op een voedzame, vochthoudende standplaats ontwikkelt deze cultivar duidelijk forser blad dan op droge of voedselarme grond.
Volle zon is voor deze cultivar doorgaans geen goede keuze. De brede lichte bladrand is gevoelig voor verschroeiing en kan bij sterke zon bruin worden. Een standplaats in halfschaduw of schaduw geeft meestal het gaafste blad. Zachte ochtendzon wordt beter verdragen dan hete middagzon, op voorwaarde dat de bodem voldoende vochtig blijft. Vermijd vooral warme plekken tegen een zuidgerichte muur en locaties waar de grond tijdens de zomer snel uitdroogt.
Ja. Slakken kunnen gaten vreten in het jonge blad, vooral kort na het uitlopen in het voorjaar. Controleer de plant tijdens vochtige perioden regelmatig en verwijder schuilplaatsen zoals dicht opgehoopt plantenafval rond de jonge scheuten. Een open bodem rond de plant maakt controle eenvoudiger. Aantasting is vooral storend omdat beschadigde bladeren gedurende de rest van het groeiseizoen zichtbaar blijven. Een sterke, goed groeiende pol verdraagt beperkte vraat doorgaans zonder blijvende groeischade.
Delen kan wanneer een oudere pol te breed wordt of in het midden minder gesloten groeit. Het vroege voorjaar, zodra de groeipunten zichtbaar worden, is daarvoor een geschikt moment. Ook het begin van de herfst is mogelijk, mits de bodem nog warm en voldoende vochtig is. Graaf de pol uit, verdeel hem in stevige stukken met meerdere groeipunten en plant die opnieuw op dezelfde diepte. Geef na het herplanten voldoende water zodat de wortels opnieuw contact maken met de grond.