- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- HEUCHERA VILLOSA MACRORRHIZA
- Bodembedekkers
Heuchera villosa var. macrorrhiza onderscheidt zich door zijn grote, zacht behaarde bladeren en krachtigere groei. Het frisse tot donkergroene loof vormt een brede, dichte pol die ongeveer 40 tot 45 cm hoog wordt. In september en oktober verschijnen luchtige pluimen met kleine crèmewitte bloemen. De bloemstengels kunnen tot ongeveer 80 cm boven de grond reiken.
Dit purperklokje groeit het best in halfschaduw, maar verdraagt ook schaduw. Een standplaats met ochtendzon is mogelijk wanneer de bodem voldoende vochthoudend blijft. Vermijd bij voorkeur een hete plek met felle middagzon, zeker op lichte of snel uitdrogende grond.
Plant in humusrijke, goed doorlatende tuingrond die niet langdurig uitdroogt. Ook een neutrale tot kalkhoudende bodem wordt doorgaans goed verdragen. Natte grond in de winter is minder geschikt. Tijdens zachte winters blijft een groot deel van het blad behouden; na strengere vorst kan het loof gedeeltelijk afsterven.
Door de brede groei kan deze Heuchera in groepen als bodembedekkende vaste plant worden gebruikt. Verwijder aan het einde van de winter beschadigd en oud blad, zodat de nieuwe bladgroei voldoende ruimte krijgt.
Het blad blijft tijdens zachte Belgische winters grotendeels aanwezig. Bij langdurige of strenge vorst kan een deel van het loof beschadigd raken of afsterven. De plant is daarom het best als halfwintergroen te beschouwen. Laat het oude blad tijdens de winter zitten: het beschermt het hart van de plant en behoudt nog enige sierwaarde. Beschadigde bladeren kunnen aan het einde van de winter worden weggeknipt, kort voordat de nieuwe groei begint.
Ja, deze Heuchera verdraagt schaduw, al ontwikkelt hij zich doorgaans het evenwichtigst in halfschaduw. In diepe schaduw kan de bloei minder rijk zijn en blijft de bodem soms langer nat. Zorg daarom voor humusrijke maar goed doorlatende grond. Een plaats met gefilterd licht of enkele uren ochtendzon bevordert meestal zowel de bladgroei als de bloei zonder het blad aan hete middagzon bloot te stellen.
Deze vorm groeit uit tot brede, dichte pollen en kan daardoor in groepen als bodembedekkende vaste plant worden toegepast. Hij vormt geen snel kruipend tapijt zoals sommige echte bodembedekkers, maar sluit na verloop van tijd wel goed aaneen. Het beste resultaat ontstaat op een humusrijke bodem in halfschaduw. Houd rekening met een uiteindelijke breedte van ongeveer 50 tot 60 cm per goed ontwikkelde plant.
Bruine bladranden ontstaan meestal door uitdroging, felle middagzon of een combinatie van zon en droge wind. Ook pas aangeplante exemplaren zijn hiervoor gevoeliger omdat hun wortelstelsel nog beperkt is. Geef tijdens langdurige droge perioden water en breng eventueel een dunne laag organisch materiaal rond de plant aan. Vermijd tegelijk voortdurend natte grond: onvoldoende drainage kan de wortels verzwakken en eveneens bladschade veroorzaken.
Een echte snoei is niet nodig. Verwijder aan het einde van de winter oude, verdroogde of door vorst beschadigde bladeren voordat het nieuwe loof zich volledig ontwikkelt. Uitgebloeide bloemstengels kunnen in het najaar worden weggeknipt, maar mogen ook blijven staan zolang ze nog structuur geven. Trek oud blad niet hardhandig uit het hart van de plant; knippen voorkomt dat jonge scheuten of de wortelhals beschadigd raken.