- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- HEMEROCALLIS MIDDENDORFFII
- Vaste planten
Hemerocallis middendorffii onderscheidt zich door zijn vroege bloei. De heldergele bloemen verschijnen doorgaans vanaf juni op stevige, vrij korte stelen. Elke bloem blijft slechts kort open, maar opeenvolgende knoppen verlengen de bloeiperiode.
Deze daglelie vormt een dichte pol van smal, groen en overhangend blad. De plant wordt gewoonlijk ongeveer 50 tot 70 cm hoog en komt het best tot zijn recht in een border of in een grotere groep. Het blad sterft in de winter bovengronds af en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
Plant Hemerocallis middendorffii in de zon of halfschaduw. Een voedzame, vochthoudende maar goed doorlatende bodem geeft de beste groei en bloei. Langdurig natte grond wordt minder goed verdragen. Oud blad kan aan het einde van de winter worden verwijderd voordat de nieuwe scheuten verschijnen.
Hemerocallis middendorffii bloeit in België doorgaans vanaf juni. Bij zacht voorjaarsweer kan de bloei iets vroeger beginnen, terwijl een koel voorjaar ze kan vertragen. Daarmee behoort deze soort tot de vroeger bloeiende daglelies. De afzonderlijke bloemen zijn kortlevend, maar meerdere knoppen aan dezelfde bloemstengel zorgen ervoor dat de plant niet na één dag uitgebloeid is.
Deze daglelie wordt gewoonlijk ongeveer 50 tot 70 cm hoog, gemeten tijdens de bloei. Het smalle blad vormt een lagere, geleidelijk breder wordende pol. Houd bij het planten daarom niet alleen rekening met de hoogte, maar ook met de uitbreiding in de breedte. Oudere pollen kunnen worden gedeeld wanneer ze te groot worden of minder rijk beginnen te bloeien.
Ja, Hemerocallis middendorffii groeit zowel in de zon als in halfschaduw. Op een zonnige plaats is de bloei doorgaans het rijkst, op voorwaarde dat de bodem niet langdurig uitdroogt. Lichte halfschaduw is vooral bruikbaar op warme of snel uitdrogende plaatsen. Diepe schaduw is minder geschikt, omdat de plant daar doorgaans minder bloemstelen vormt.
Een voedzame, vochthoudende en goed doorlatende tuingrond is het meest geschikt. De bodem mag tijdens het groeiseizoen licht vochtig blijven, maar water moet voldoende kunnen wegtrekken. Langdurig natte grond verhoogt de kans op wortelproblemen. Op droge zandgrond helpt het om bij het planten organisch materiaal in te werken en tijdens langere droge perioden water te geven.
Een echte snoei is niet nodig. Uitgebloeide bloemstelen kunnen na de bloei tot aan de basis worden verwijderd. Het blad sterft in de winter bovengronds af en kan aan het einde van de winter worden weggehaald, voordat de nieuwe scheuten verschijnen. Wordt een oudere pol te breed of neemt de bloei af, dan kan hij in het voor- of najaar worden opgenomen en gedeeld.