- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- HEMEROCALLIS CITRINA
- Vaste planten
Daglelie (Hemerocallis citrina) onderscheidt zich door haar slanke, citroengele bloemen met een duidelijke geur. De bloemen openen zich vaak later op de dag. Elke bloem blijft kort open, maar opeenvolgende knoppen zorgen tijdens de zomer voor een gespreide bloei.
De plant vormt een stevige pol van smal, groen en overhangend blad. De bloemstengels steken daar duidelijk bovenuit en kunnen ongeveer 1 tot 1,2 meter hoog worden. In de winter verdwijnt het bovengrondse blad.
Hemerocallis citrina groeit goed in de zon tot halfschaduw. Een voedzame, voldoende vochthoudende maar goed doorlatende bodem ondersteunt de groei en bloei. Tijdelijke droogte wordt na het inwortelen verdragen, maar langdurig droge grond kan de bloei beperken. Oude bladeren kunnen in het vroege voorjaar worden verwijderd.
Ja. Een afzonderlijke bloem van Hemerocallis citrina blijft doorgaans slechts kort open. De plant vormt echter meerdere knoppen per bloemstengel, die niet allemaal tegelijk ontluiken. Daardoor duurt de totale bloeiperiode aanzienlijk langer dan de levensduur van één bloem. De naam daglelie verwijst naar dit korte bloeien van de afzonderlijke bloemen en niet naar de duur van de volledige bloei.
De geur valt vooral op wanneer de bloemen later op de dag opengaan en tijdens de avonduren. Op een warme, beschutte plaats kan de geur duidelijker waarneembaar zijn dan op een open of winderige standplaats. De slanke, citroengele bloemen en hun avondlijke geur onderscheiden deze soort van veel andere daglelies.
Ja. Hemerocallis citrina groeit in de zon en in lichte halfschaduw. Op een zonnige plaats is de bloei doorgaans het rijkst, op voorwaarde dat de bodem niet langdurig uitdroogt. Halfschaduw is bruikbaar wanneer de plant nog meerdere uren rechtstreeks of helder gefilterd licht krijgt. Diepe schaduw is minder geschikt voor een goede bloemvorming.
Een omvangrijke pol kan in het voorjaar of na de bloei worden gedeeld. Graaf de plant uit, verdeel de wortelkluit in stevige stukken met gezonde groeipunten en plant deze opnieuw op dezelfde diepte. Delen is vooral nuttig wanneer de pol te breed wordt of vanuit het midden minder krachtig groeit. Geef de verplante delen voldoende water totdat ze opnieuw ingeworteld zijn.
Een voedzame, humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar overtollig water afvoert, is het meest geschikt. De plant verdraagt verschillende grondsoorten zolang de wortels niet langdurig in natte, zuurstofarme grond staan. Op lichte zandgrond helpt organisch materiaal om vocht en voedingsstoffen beter vast te houden. Tijdens langdurige zomerdroogte kan extra water nodig zijn om de bloemvorming te ondersteunen.