Hazelaar ‘Géant de Halle’ wordt geteeld om zijn grote, goed gevulde hazelnoten. De noten rijpen doorgaans vanaf eind september tot in oktober. Na de oogst moeten ze op een droge, luchtige plaats nadrogen voordat ze worden bewaard.
Het ras vormt een krachtige, breed uitgroeiende struik met meerdere gesteltakken. Voorzie daarom voldoende ruimte, zeker wanneer de hazelaar vrij mag uitgroeien. Door geregeld een oude tak aan de basis weg te nemen, blijft de struik open en ontstaat er plaats voor jonge scheuten.
Hazelaars worden door de wind bestoven. Plant voor een betrouwbare opbrengst een ander hazelnotenras in de omgeving dat ongeveer gelijktijdig bloeit. Een tweede exemplaar van hetzelfde ras biedt geen volwaardige kruisbestuiving.
Een zonnige standplaats geeft doorgaans de beste notenopbrengst, al groeit de struik ook in halfschaduw. Een voedzame, voldoende vochthoudende maar goed doorlatende bodem is geschikt. Vermijd grond die langdurig onder water blijft staan.