- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- GINKGO BILOBA
- Loofbomen
De Japanse notenboom (Ginkgo biloba) onderscheidt zich door zijn waaiervormige bladeren met een opvallende, bijna parallelle nervatuur. Het frisgroene blad verkleurt in de herfst helder geel en valt vaak binnen een vrij korte periode af.
Jonge bomen groeien doorgaans vrij slank en ontwikkelen later een bredere, onregelmatige kroon. Omdat de soort uiteindelijk een grote boom wordt, is voldoende ruimte nodig. Ginkgo komt het best tot zijn recht als solitaire boom in een ruime tuin, park of groenaanleg.
Ginkgo biloba is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen komen op afzonderlijke bomen voor. Oudere vrouwelijke exemplaren kunnen zaden vormen met een vlezige zaadhuid. Wanneer die op de grond valt en ontbindt, ontstaat een uitgesproken onaangename geur. Het geslacht van een jonge, niet-geselecteerde zaailing is niet betrouwbaar aan het uiterlijk te herkennen.
Plant de boom in de zon of halfschaduw, bij voorkeur in een goed doorlatende bodem. De soort past zich aan verschillende grondsoorten aan, maar langdurig natte grond is ongeschikt. Eenmaal gevestigd vraagt de boom weinig snoei; beperk ingrepen tot het verwijderen van beschadigde of slecht geplaatste takken.
Ginkgo biloba groeit op termijn uit tot een grote boom die doorgaans meer dan 15 meter hoog kan worden. De ontwikkeling verloopt vooral tijdens de eerste jaren vrij rustig, maar de boom blijft tientallen jaren doorgroeien. Ook de kroon wordt met de leeftijd breder. Voorzie daarom voldoende afstand tot gebouwen, verhardingen en andere grote bomen. Voor een kleine stadstuin is de gewone soort meestal te groot; compactere cultivars zijn daar beter op hun plaats.
Nee. Ginkgo biloba is tweehuizig, wat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op afzonderlijke bomen voorkomen. Alleen vrouwelijke bomen kunnen na bestuiving zaden ontwikkelen. De vlezige zaadhuid verspreidt bij het ontbinden een onaangename geur. Bij een niet-geselecteerde zaailing is vooraf niet betrouwbaar vast te stellen of het om een mannelijk of vrouwelijk exemplaar gaat. De zaadvorming begint bovendien meestal pas wanneer de boom voldoende oud is.
Dat kan wanneer de kleigrond voldoende afwatert. Ginkgo biloba past zich aan uiteenlopende bodems aan, maar verdraagt geen langdurig zuurstofarme, natte wortelzone. Op zware klei is een goede bodemstructuur daarom belangrijker dan extra bemesting. Plant niet in een diepe kuil waarin water blijft staan en vermijd het verdichten van de grond rond de wortels. Een geleidelijke overgang tussen plantgat en omliggende bodem bevordert een gelijkmatige wortelontwikkeling.
Nee. Een Japanse notenboom ontwikkelt zonder regelmatige vormsnoei een natuurlijke kroon. Verwijder bij jonge bomen alleen beschadigde, kruisende of duidelijk slecht geplaatste takken. Zware snoei is doorgaans niet nodig en kan de karakteristieke groei verstoren. Houd bij de aanplant al rekening met de uiteindelijke omvang, zodat de kroon later niet voortdurend verkleind hoeft te worden. Grote snoeiwonden en het verwijderen van veel takken in één beurt worden het best vermeden.
De bladeren verkleuren doorgaans in de herfst van groen naar helder geel. Het precieze tijdstip verschilt per jaar en hangt samen met temperatuur, standplaats en weersverloop. Een zonnige standplaats bevordert meestal een gelijkmatige verkleuring. Na de kleurpiek kan een groot deel van het blad in korte tijd vallen, waardoor de boom een uitgesproken maar relatief compact herfstbeeld geeft.