- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- LEUCANTHEMUM VULGARE
- Vaste planten
Gewone margriet (Leucanthemum vulgare) is een inheemse vaste plant voor natuurlijke borders, bloemenweiden en kruidenrijke graslanden. Vanuit een laag bladrozet verschijnen rechtopstaande stengels van ongeveer 30 tot 60 cm hoog. De witte lintbloemen rond het gele bloemhart zijn doorgaans zichtbaar van mei tot in de zomer.
De bloemen leveren nectar en stuifmeel aan onder meer wilde bijen, zweefvliegen en andere insecten. Wie natuurlijke uitzaai wenst, laat een deel van de bloemstengels zaad vormen. Door uitgebloeide bloemen weg te nemen, wordt de uitzaai beperkt en kan de bloei langer aanhouden.
Gewone margriet groeit het best in de zon op een matig droge tot vochthoudende, goed doorlatende bodem. Ook lichte halfschaduw wordt verdragen, maar op een open, zonnige plaats is de bloei doorgaans rijker. Vermijd grond die tijdens de winter langdurig nat blijft. Op geschikte standplaatsen breidt de plant zich uit via korte wortelstokken en zaailingen.
Ja. Gewone margriet kan zich op open grond gemakkelijk uitzaaien. Dit is nuttig in bloemenweiden en natuurlijke beplantingen, waar losse groepen mogen ontstaan. In een strakker aangelegde border kan de uitzaai worden beperkt door uitgebloeide bloemstengels weg te nemen voordat het zaad rijp is. De mate van verspreiding hangt af van de hoeveelheid open grond en concurrentie van omliggende planten. In een dichte beplanting verschijnen doorgaans minder zaailingen dan op een open, schrale bodem.
Ja, gewone margriet verdraagt een matig droge bodem goed zodra de plant is ingeworteld. De grond moet bij voorkeur doorlatend zijn en mag niet langdurig uitdrogen tijdens de eerste periode na aanplant. Op zeer droge zandgrond kan tijdens aanhoudende zomerdroogte extra water nodig zijn. Een permanent natte bodem, vooral in de winter, is minder geschikt. De plant past daarom goed op zonnige taluds, in schrale borders en in kruidenrijke graslanden waar overtollig water vlot wegzakt.
Maai nadat de hoofdbloei voorbij is wanneer de margrieten zich mogen uitzaaien. Laat het maaisel kort liggen zodat rijpe zaden kunnen uitvallen en voer het daarna af. Afvoer voorkomt dat de bodem geleidelijk voedselrijker wordt, wat grassen sterker kan bevoordelen. Wie verdere bloei belangrijker vindt dan zaadvorming, kan uitgebloeide stengels eerder verwijderen. Het juiste maaimoment hangt daardoor af van het gewenste resultaat: uitbreiding door zaad of een netter beeld met minder spontane verspreiding.
Te veel schaduw, een erg voedselrijke bodem of concurrentie van krachtige grassen kan de bloei verminderen. Kies bij voorkeur een open, zonnige standplaats met goed doorlatende grond. Op zwaar bemeste bodem maakt de plant vaak meer blad en kunnen de stengels slapper worden. Oudere, dicht geworden pollen kunnen eveneens minder krachtig bloeien. Zulke pollen kunnen in het voorjaar worden gedeeld en opnieuw geplant. Controleer daarnaast of de bodem in de winter niet langdurig nat blijft.
De open bloemhoofdjes worden bezocht door verschillende wilde bijen, zweefvliegen en andere bloembezoekende insecten. De gele buisbloemen in het midden leveren nectar en stuifmeel en zijn gemakkelijk bereikbaar. Gewone margriet is daardoor bruikbaar in een beplanting die gedurende het voorjaar en de zomer voedsel voor bestuivers moet aanbieden. Combineer haar met andere inheemse soorten met opeenvolgende bloeiperioden, zodat insecten niet alleen tijdens de bloei van de margriet voedsel vinden.