- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- GEUM COCCINEUM 'NONNA'
- Vaste planten
Tweekleurig nagelkruid
Geum coccineum 'Nonna' onderscheidt zich door halfgevulde, heldergele bloemen met warmoranje randen. De enigszins gekreukelde bloembladen en purper getinte stengels versterken het kleurcontrast. De bloei begint doorgaans in mei en kan bij het geregeld verwijderen van uitgebloeide bloemen tot in augustus doorgaan.
Deze vaste plant vormt een compacte pol van grof generfd, groen blad. De bloemstengels bereiken ongeveer 35 tot 40 cm. In zachte winters kan een deel van het blad behouden blijven; tijdens koudere of langdurig natte winters sterft het bovengrondse deel sterker terug.
Standplaats en verzorging
'Nonna' groeit het best in de zon tot halfschaduw, op een vruchtbare bodem die voldoende vocht vasthoudt maar tegelijk goed afwatert. Vooral tijdens de bloei mag de grond niet volledig uitdrogen. Natte, slecht doorlatende grond in de winter verhoogt daarentegen de kans op uitval.
Knip uitgebloeide bloemstengels regelmatig weg om de vorming van nieuwe bloemen te ondersteunen. Wanneer een oudere pol minder krachtig wordt of in het midden terugloopt, kan hij in het voorjaar of najaar worden gedeeld en opnieuw geplant.
'Nonna' heeft halfgevulde bloemen die overwegend heldergeel zijn en naar de randen toe oranje verkleuren. Daardoor is het kleurbeeld lichter en genuanceerder dan bij cultivars met volledig oranje of rode bloemen. Ook de purper getinte bloemstengels vallen op tegen het groene blad. De plant blijft met een bloeihoogte van ongeveer 35 tot 40 cm vrij compact.
Zorg vooral voor een goed doorlatende bodem. Nagelkruid verdraagt een frisse, vochthoudende grond tijdens het groeiseizoen, maar langdurig natte grond in de winter kan wortel- en kroonproblemen veroorzaken. Maak zware grond luchtiger en plant niet op een plaats waar regenwater blijft staan. Een licht verhoogde plantplaats kan helpen wanneer de tuin tijdens de winter geregeld nat is.
Ja. Knip uitgebloeide bloemen met hun stengel regelmatig terug voordat de plant veel energie in zaadvorming steekt. Dat ondersteunt de ontwikkeling van nieuwe bloemknoppen en houdt de pol ordelijk. De hoofdbloei begint doorgaans in mei; bij gunstige groeiomstandigheden en geregeld terugknippen kunnen nieuwe bloemen tot later in de zomer verschijnen.
Deel de pol wanneer hij minder rijk bloeit, in het midden openvalt of duidelijk aan groeikracht verliest. Dat kan in het voorjaar, zodra de groei begint, of in het vroege najaar terwijl de bodem nog warm is. Plant de jonge, krachtige delen opnieuw in vruchtbare en goed doorlatende grond. Geef na het herplanten voldoende water zodat de wortels zich opnieuw kunnen vestigen.
'Nonna' is gedeeltelijk wintergroen. In een zachte Belgische winter kan een deel van het blad behouden blijven. Bij strengere vorst, koude wind of langdurig nat weer sterft meer blad af. Verwijder beschadigd en afgestorven loof tegen het einde van de winter, zodat de nieuwe groei vrij kan uitlopen. De mate van bladbehoud hangt dus sterk af van standplaats en winterweer.